OP 9 januari 1991 gaf de toenmalige minister van Economische Zaken, Willy Claes, de banken voor het eerst de toelating kosten aan te rekenen voor het betalingsverkeer. Maar hij legde daarbij meteen ook maxima op: voor het beheer van een zichtrekening mochten de banken hoogstens 200 frank per jaar aanrekenen, en daarnaast nog eens 150 frank voor de eerste 48 debetverrichtingen die met de rekening gebeurden. Vanaf de 49ste verrichting mochten ze hoogstens 5 frank per verrichting aanrekenen.
Vijftien jaar later ergeren veel consumenten zich nog steeds aan die tarifering. Dat we moeten betalen om met ons eigen geld te mogen betalen, vinden veel Belgen nog altijd ongehoord.
Maar laten we eerlijk zijn: we krijgen er ook veel voor terug. De tijd dat we elke week wel eens langs het bankkantoor moesten passeren om een voorraadje geld af te halen om de week mee door te komen, ligt al lang achter ons. Tegenwoordig moeten we zelfs nog nauwelijks langs de bankautomaat passeren, want bijna overal kunnen we met onze kaart betalen.
Bij de bakker, de krantenman en de parkeerautomaat kunnen we steeds vaker met onze Protonkaart terecht. In de supermarkt betalen we met onze Bancontact/MisterCashkaart niet alleen onze boodschappen, maar halen we ook een paar tientallen euro's af om toch nog wat cash geld op zak te hebben.
In het restaurant halen we onze kredietkaart van Visa of Mastercard boven. Gas, elektriciteit en telefoon betalen we al lang niet meer met een papieren overschrijving, maar via de automaat in de bank, de telefoon of onze eigen pc - 24 uur op 24 en zeven dagen op zeven.
Wanneer we op vakantie gaan naar het buitenland is het verschil met vroeger nog opvallender, mede dankzij de invoering van de euro. Een bezoekje aan de bank hoort al lang niet meer bij de vaste voorbereidingsrituelen voor de reis, want we hoeven geen geld meer te gaan wisselen op voorhand - zelfs op veel bestemmingen buiten de eurozone kunnen we nu al even vlot terecht met euro's als met dollars. En als we zijn aangekomen op onze bestemming, hoeven we ook niet meer te zoeken naar een bank waar we onze euro- of reischeques kunnen gaan omwisselen in plaatselijke munt. Ook in het buitenland halen we nu bijna overal ter wereld vlotjes geld uit de muur, met onze eigen bank- of kredietkaart.
Kortom: de moderne betaalmiddelen leveren ons niet alleen veel gebruiksgemak op, ze bieden ons ook veel veiligheid. Dat gemak en die veiligheid hebben natuurlijk hun prijs. En dat merken we elke maand, of één keer per jaar, op onze bankrekening.
Waarvoor moeten we betalen?
Aanvankelijk rekenden de meeste banken, behalve een beheersvergoeding voor de rekening en het forfait voor de eerste 48 verrichtingen, alleen kosten aan voor de ,,duurdere'' betaalvormen. Dat waren dan de papieren of manuele verrichtingen: cheques, papieren overschrijvingen, geldafhalingen aan het loket.
Door daarvoor kosten aan te rekenen, probeerden ze hun klanten naar de voor de bank goedkopere en voor de klant veiliger verrichtingen te oriënteren: geldafhalingen en overschrijvingen via de automaat, betalingen met een kaart in de winkel.
Dat opzet is inmiddels gelukt. In ons land is het elektronische betaalverkeer volledig doorgebroken. Sommige oude betaalinstrumenten, zoals eurocheques, bestaan zelfs niet meer. En het ziet ernaar uit dat ook de reischeque binnenkort tot het verleden zal behoren.
Maar uiteindelijk kost ook de organisatie van dat elektronische betaalverkeer geld. Dat er, na verloop van tijd, ook voor elektronische verrichtingen betaald zou moeten worden, stond dan ook in de sterren geschreven.
Die stap zetten, was voor de banken niet evident.
Fortis ontketende goed twee jaar geleden een storm van protest toen het aankondigde dat het vanaf 1 januari 2004 ook kosten (6 eurocent) zou gaan aanrekenen voor geldafhalingen aan de automaat, ook bij automaten van zijn eigen self banknetwerk.
Die aankondiging was echter vooral een staaltje van onhandige communicatie. Uiteindelijk bleek de maatregel slechts een zeer beperkt deel van de klanten te treffen.
Maar dat neemt niet weg dat we allemaal al lang betalen voor elektronische betaalverrichtingen. Alleen beseffen we dat niet altijd.
In de loop der jaren hebben de grote banken hun klanten immers stelselmatig overgeschakeld op zogenaamde ,,pakketrekeningen''.
Voor zo'n ,,pakketrekening'' betaalt de klant een vaste prijs per maand of per jaar. Die kostprijs omvat niet alleen het beheer van de rekening, maar ook een welomschreven aantal diensten: één of twee bankkaarten, geldafhalingen aan de automaat, een of twee abonnementen op telefonisch, pc- of internetbankieren, betalingen met de bankkaart, soms een beperkt aantal manuele verrichtingen, enzovoort.
Wil men daarbij nog een aantal andere diensten, dan betaalt men daar extra voor.
Meestal is het aantal binnenlandse elektronische verrichtingen dat men met zo'n rekening mag uitvoeren onbeperkt. De illusie dat die verrichtingen ,,gratis'' zijn, wordt daarmee in stand gehouden.
De prijs van zo'n rekening ligt wel een pak hoger dan de 350 frank die we vijftien jaar geleden betaalden voor onze zichtrekening, en waartoe we destijds de kosten konden beperken door geen papieren of manuele verrichtingen meer te doen.
Naast een of meer ,,pakketrekeningen'', bieden de grote banken hun klanten ook nog een ,,gewone'' zichtrekening aan. Daarvoor betaalt de klant een algemene beheersvergoeding en een vergoeding per verrichting.
Hoeveel moeten we betalen?
Om een idee te krijgen hoeveel we nu eigenlijk moeten ,,betalen om te betalen'', voerden we een kleine simulatie uit. We vroegen drie mensen hoe hun ,,betalingsgedrag'' er uitziet, en stelden aan de hand daarvan drie profielen op (zie inzetje) . Vervolgens gingen we na hoeveel ze, bij de vier grote banken Fortis, KBC, Dexia en ING België, minstens moeten betalen voor hun zichtrekening. Het resultaat staat in de tabel.
Enkele conclusies:
Fortis en KBC bieden elk, behalve een ,,gewone'' zichtrekening waarvoor per verrichting kosten aangerekend worden, twee ,,pakketrekeningen'' aan. Bij Fortis zijn dat de Prisma- en de Global Club-rekening, bij KBC de Compact- en de Comfortrekening.
Bij Dexia kan de klant kiezen voor de Classic-rekening (een ,,gewone'' zichtrekening waarin zoals vroeger een forfait zit voor 48 debetverrichtingen per jaar) of de Select-pakketrekening. ING België biedt de keuze tussen de gewone zichtrekening en de Groene Rekening.
Fortis, KBC en Dexia hebben op hun website een simulator, waar de klant aan de hand van zijn betalingsgedrag kan berekenen welke de voordeligste formule voor hem is. Voor onze vergelijking hebben we gebruik gemaakt van die simulator.
Deze berekeningen gelden voor klanten op ,,actieve leeftijd''. Alle banken bieden speciale, goedkopere, formules voor jongeren (meestal tot 25 jaar, waarbij soms nog een onderscheid gemaakt wordt voor studenten en niet-studenten). Ook voor senioren (60+ of 65+) gelden er speciale tarieven: zij betalen vaak minder voor papieren of manuele verrichtingen.
Voor alle profielen bleek een pakketrekening de goedkoopste manier te zijn. Bij KBC bijvoorbeeld viel de Comfort-rekening (32,40 euro per jaar) het goedkoopste uit voor iedereen, vooral omdat bij een Compact-rekening (15 euro per jaar) geen kredietkaart mogelijk is. En bij de profielen die we invoerden hoorde telkens minstens één Visakaart. Bij Dexia kwam iedereen terecht bij de Select-rekening (22,20 euro per jaar, plus eventueel 9,60 euro toeslag voor meerdere gebruikers), bij ING bij de Groene Rekening (20 euro per jaar). Bij Fortis was alleen koppel C het goedkoopst af met een Global Club-rekening (6,55 euro per maand); voor de andere twee profielen was de Prisma-rekening (2,30 euro per maand) voordeliger.
De berekeningen tonen aan dat het verschil in kostprijs voor een zichtrekening vooral toe te schrijven is aan twee elementen: het aantal kaarten dat men aan de rekening wil verbinden, en de Maestro-functie.
Zo heeft het koppel met profiel A twee Bancontact-kaarten, de vrijgezel met profiel B slechts één.
Het koppel met profiel C heeft dan weer twee Bancontact- én twee Visa-kredietkaarten. Daardoor komen zij bij Fortis als enigen terecht bij de Global-Club-rekening, die 6,55 euro per maand kost maar dan ook een echte all-in -formule is.
De Global-Club-rekening kost daarmee een pak meer dan de andere zichtrekeningen, maar ze omvat ook nog een aantal niet-bancaire voordelen. Wie zo'n rekening heeft, kan bijvoorbeeld korting krijgen op een Europ Assistance-abonnement, op toegangstickets voor tentoonstellingen, in een aantal restaurants enz.
Bij Dexia en ING zit in de pakketrekening geen kredietkaart verrekend. Daarom rekenden we die er apart bij. Bij ING kost een klassieke Visakaart 20 euro, bij Dexia 19,83 euro. Maar bij Dexia krijgt men de tweede Visakaart gratis, als die op een andere naam staat dan de eerste.
Wie met zijn Bancontactkaart geld wil kunnen afhalen in het buitenland, of in het buitenland met zijn bankkaart wil kunnen betalen in winkels, moet een Maestro-functie op zijn kaart hebben.
Voor die functie moet bij alle banken extra betaald worden bovenop de pakketprijs, behalve bij de Fortis Global Club, waar twee Maestro-functies in de prijs inbegrepen zijn. Bij de Prisma-rekening van Fortis kost Maestro 9,90 euro.
KBC splitst de prijs voor Maestro op in een bedrag voor geldafhalingen (5,5 euro per jaar), en een bedrag voor betalingen (2,5 euro per jaar). Bij ING komt de 9 euro die een Maestrofunctie kost bovenop de 20 euro die jaarlijks voor een Groene Rekening wordt aangerekend. Dexia rekent dan weer 7 euro voor een Maestro.
Dexia geeft bij de afrekening een korting of ristorno op het aantal elektronische verrichtingen dat een klant doet. Dat leidt tot het bizarre effect dat het koppel met profiel A, dat veel minder verrichtingen doet per jaar dan koppel C, volgens de simulator toch iets meer betaalt voor zijn zichtrekening.
Dexia rekent ook nog tien euro kosten aan voor het afsluiten van een rekening. Bij de andere banken is dit gratis.