maandag, januari 30, 2006

Ereloonsupplementen

De ziekenhuiskosten die ten laste vallen van de patiënt stegen van 1998 tot 2004 gemiddeld met 41 procent. Die evolutie is vooral toe te schrijven aan supplementen voor erelonen en medisch materiaal. Dat blijkt uit een analyse van de Christelijke Mutualiteit.

De supplementen voor erelonen en medisch materiaal gingen in de onderzochte periode met respectievelijk 94 en 103 procent de hoogte in. Het remgeld nam in dezelfde tijdsspanne maar met 19 procent toe.

Een ziekenhuisopname kostte de patiënt in 1998 gemiddeld 334 euro. In 2004 was dat al 471 euro. Slechts 31 procent van de factuur was remgeld, de wettelijk bepaalde bijdrage van de patiënt in verblijfskosten, erelonen, geneesmiddelen, en medisch materiaal, naast de tegemoetkoming van de ziekteverzekering. Enkel het remgeld telt mee voor de maximumfactuur die tot doel heeft zware ziekenhuisrekeningen te beperken. Maar door de stijging van de supplementen, wordt die mogelijkheid meer en meer uitgehold, aldus de CM.

Het hoogst zijn de ereloon-en kamersupplementen in de eenpersoonskamers, vooral in de Brusselse ziekenhuizen, de diensten heelkunde en de materniteit. Zo werden supplementen tot maar liefst 500 procent aangerekend. Dat wil zeggen dat het supplement soms 500 procent bedroeg van het officiële tarief.

Verontrustend is dat ook meer dan een derde van de Belgische ziekenhuizen ereloonsupplementen aanrekent in tweepersoonskamers. Het kan soms gaan tot 100 procent van het officiële tarief.

In de gemeenschappelijke kamers worden niet al teveel problemen vastgesteld. Toch rekent 18 procent van de ziekenhuizen ook daar supplementen aan. De CM is van oordeel dat ereloonsupplementen in gemeenschappelijke en tweepersoonskamers moeten worden verboden.

Daar komt bij dat een aantal ziekenhuizen supplementen op een niet-transparante manier factureert. Ze brengen ze onder in de rubriek 'diverse kosten'. De CM vraagt dan ook dat de ziekenhuisfacturen transparanter worden.

woensdag, januari 25, 2006

Kortingbonnen voor spaarlampen

Elk Vlaams huisgezin krijgt in de loop van dit jaar een aantal kortingbonnen van 5 euro toegestuurd waarmee het spaarlampen kan kopen.

De Vlaamse regering keurde die maatregel op voorstel van Vlaams minister van Energie Kris Peeters goed. Het gaat om de tweede fase van de energiebonactie.

Het nieuwe systeem voorziet dat elk gezin in mei van dit jaar een aantal kortingbonnen van 5 euro krijgt om spaarlampen te kopen bij een handelaar die het zelf kan uitkiezen. Het gaat om één bon per gezinslid, met uitzondering van het gezinshoofd 'dat al in de eerste fase een spaarlamp kreeg aangeboden'. Wie niet mobiel genoeg is om zelf een spaarlamp te gaan kopen, kan bij zijn netbeheerder nog altijd een lamp aanvragen, die dan aan huis wordt bezorgd.

zondag, januari 22, 2006

Belastingsbrief

Als niet ingegrepen wordt, zullen niet alle belastingaanslagen 2005 afgehandeld zijn tegen de uiterste wettelijke datum van 30 juni. Dat kan besloten worden op basis van een nota van vier dienstleiders van het Centraal Taxatiekantoor in Antwerpen aan hun directeur.
,,We kunnen de deadline niet halen'', staat in de nota van 17 januari. Belastingplichtigen die hun jaarlijkse afrekening niet op tijd krijgen, hebben het recht om hun voorafbetaalde belastingen en alle afhoudingen op hun loon terug te vragen.

Administrateur-generaal Jean-Marc Delporte van de centrale belastingdiensten in Brussel sust de gemoederen. Volgens hem werken de diensten aan hetzelfde ritme als vorig jaar en gebeurt veertig pct nu automatisch, maar hij geeft wel toe dat er geen marge is voor vertraging.

,,Stel dat het werk om een of andere technische reden twee weken stilvalt, dan hebben we een probleem''. Het bericht staat vandaag in Het Laatste Nieuws.

zaterdag, januari 21, 2006

Electriciteitsfactuur goedkoper

De elektriciteitsfactuur voor een doorsnee gezin en voor KMO's kan dit jaar stabiliseren of zelfs dalen. Dat schrijft De Tijd. Twee belangrijke kostenposten, de transmissie en de distributie, worden veel goedkoper in Vlaanderen. Het is wel nog de vraag of de derde component van de elektriciteitsprijs, de productiekost, ook zal dalen.

De transmissiekosten dalen gemiddeld met 8 tot 10 procent. Die kosten zijn goed voor 10 procent van de totale elektriciteitsfactuur. De distributiekosten voor de gewone verbruiker dalen in 2006 met gemiddeld 10 procent. Voor KMO's zit er zelfs een daling in van 25 procent. De distributiekosten maken 35 procent uit van de totale factuur.

De productiekostprijs maakt ruim de helft van de elektriciteitsfactuur uit. 'De evolutie van die tarieven is onvoorspelbaar en hangt onder meer af van de olieprijs', zegt Lut Van de Velde, woordvoerster van Electrabel. Maar bij gelijkblijvende belastingen en heffingen wordt een daling van de totale factuur in 2006 reëel.
Ook daling in 2007

De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) stelde vast dat de tarieven voor het transmissienet, beheerd door Elia, in 2006 voor de vijfde opeenvolgende keer dalen. 'In 2007 zet die trend door', zegt Guido Camps, directeur bij de CREG.

woensdag, januari 18, 2006

Geen korting voor gezinnen die met elektriciteit verwarmen

Gezinnen die met elektriciteit verwarmen, krijgen geen korting op hun factuur. Dat heeft de federale ministerraad beslist. De gestegen olieprijzen hebben zo goed als geen invloed gehad op de elektriciteitsprijzen, luidt de verklaring. Gezinnen die met aardgas verwarmen, krijgen een korting van 6,4 procent.

De ministers van de federale regering bogen beslisten eerder al een korting te verlenen op de factuur van gezinnen die hun huis met stookolie verwarmen. Ook voor de voor de 2,2 miljoen gezinnen die met gas verwarmen komt er een korting. Dat komt neer op een korting van gemiddeld 44 euro.

Test-Aankoop vindt die korting veel te laag. De verbruikersorganisatie had gerekend op een korting van 15 tot 20 procent. Test-Aankoop wijst erop dat de gasprijzen de voorbije twaalf maanden met 25 procent reëel zijn gestegen. Bovendien zal de gasprijs de komende drie maanden nog stijgen omdat de gasprijs pas na een zestal maanden de prijsstijgingen op de oliemarkt volgt, klinkt het.

Wanneer gezinnen kunnen rekenen op de korting op de gasfactuur is nog niet duidelijk. De sector moet zich nog voorbereiden op de maatregel. De regering maakt zich echter sterk dat gezinnen nog tijdens de eerste jaarhelft kunnen rekenen op de korting. De regering onderhandelt de komende weken nog met de gassector over de prefinanciering van de korting.

De regering kondigde ook aan dat er voor de 78.000 gezinnen die verwarmen met propaangas in bulk of met lamp-petroleum ook een korting komt, van respectievelijk 30 en 139 euro. Volgende week start de Financiën met de verdeling van de formulieren waarmee de toelage kan worden aangevraagd.

Voor de elektriciteitsverbruikers zit er geen korting in. Volgens premier Guy Verhofstadt (VLD) blijkt uit een studie van de CREG, de regulator voor de stroom- en gasmarkt, dat de gestegen olieprijzen slechts een beperkte invloed hadden op de elektriciteitsprijzen. Voor een gezin gaat het gemiddeld om 2 euro. Een toelage verstrekken zou meer geld kosten dan het bedrag van de korting, zei Verhofstadt. Het geld dat bespaard wordt, gaat naar de beschermde gebruikers. De minister van Maatschappelijke Integratie, Christian Dupont (PS), kondigde eerder al aan dat er een extra toelage komt voor gezinnen met een laag inkomen.

zaterdag, januari 14, 2006

Korting op gasfactuur

De ministerraad heeft een akkoord bereikt over de tussenkomst van de staat in de gasfactuur van de gezinnen. De BTW wordt met 6,4 procent verminderd waardoor de gemiddelde factuur van een gezin met zo'n 45 euro daalt. 'Veel te weinig', oordeelt Test-Aankoop in een reactie. De verbruikersorganisatie hoopte op een korting van 15 tot 20 procent.

De federale regering besliste vandaag op de ministerraad over de korting op de gasfactuur, waarover De Tijd gisteren al berichtte. Op basis van berekeningen van het kernkabinet over de evolutie van de gas- en olieprijs kunnen de 2,2 miljoen gezinnen die met gas verwarmen rekenen op een korting tot 45 euro.

De federale minister van Maatschappelijke Integratie, Christian Dupont (PS), liet na afloop van de vergadering van het kernkabinet nog weten dat gezinnen met een laag inkomen extra steun krijgen om hun gasrekening te betalen. Zij voelden de prijsstijgingen proportioneel veel harder, merkte Dupont op. De extra toelage komt neer op een verdubbeling van de steun. 162.000 gezinnen kunnen op een korting van 85 euro rekenen, gaf hij mee. 'Voor wie het al moeilijk heeft zijn energiefactuur te betalen, is de bijkomende steun onontbeerlijk.'
Reactie

Test-Aankoop wijst erop dat de gasprijzen met enkele maanden vertraging de prijsstijgingen van de oliemarkt volgen. De voorbije twaalf maanden was er al een reële prijsstijging van het gas met 25 procent. En dit zou nog een onderschatting zijn van de totale prijsstijging, die in totaal 35 tot 40 procent zou bedragen. Op de gasfactuur is de stijging nog maar met 17 procent doorgerekend. Volgens woordvoerder Ivo Mechels is de korting van 6,4 procent dus veel te weinig en rekent de consumentenorganisatie op 15 à 20 procent.

vrijdag, januari 13, 2006

Fiscaal voordeel ouderopvang

Door de wet van 6 juli 2004 kunnen belastingplichtigen die een voorouder of verwant tot in de tweede graad van minstens 65 jaar oud in huis nemen, sinds dit jaar rekenen op een belastingvoordeel. Let wel op: het fiscaal voordeel dat u dit jaar 'verdient' door een bejaarde voorouder in huis te nemen, kan u pas volgend jaar aangeven op uw belastingaangifte. Op de aangifte van juni 2005 zal u daarover nog niets terugvinden.

Langer fiscaal ten laste

Net zoals kinderen kunnen voorouders en verwanten tot in de tweede graad ten laste genomen worden van het gezin waarin ze verblijven. De belangrijkste vereiste hiervoor is dat hun inkomsten niet te hoog liggen. De nettobestaansmiddelen van de inwonende ouder of verwant mochten hiervoor in 2004 het grensbedrag van ? 2.490 niet overschrijden. Dit bedrag is geldig voor de belastingaangifte van juni 2005. Voor de inkomsten van dit jaar (aangifte juni 2006) werd het grensbedrag geïndexeerd tot ? 2.540.

Omdat dit grensbedrag voor gepensioneerden met een eigen inkomen niets voorstelt, worden deze regels voor ouders of verwanten van minstens 65 jaar door een recente wet ietwat versoepeld. De wet, die sinds januari 2005 van toepassing is op de inkomsten van 2005, stelt dat voor de bepaling van de nettobestaansmiddelen van de gepensioneerde in kwestie geen rekening moet worden gehouden met pensioenen, renten en uitkeringen tot een basisbedrag van ? 14.500, wat geïndexeerd neerkomt op ruim ? 20.000. Hieronder vallen zowel wettelijke pensioenen als extralegale pensioenen, evenals spaargeld en kapitalen die voortkomen uit spaarrekeningen en spaarverzekeringen. De uitkeringen, rentes en pensioenen mogen (rechtstreeks of onrechtstreeks) voortkomen uit een beroepsactiviteit of mogen tegemoetkomen aan een permanent verlies van beroepsinkomsten.

De grote afwezige in dit lijstje is de categorie van inkomsten uit vastgoed. Ontvangt de gepensioneerde in 2005 een bedrag van ? 2.540 of meer als inkomen uit vastgoed, bijvoorbeeld onder de vorm van huurgelden, wordt hij of zij niet meer als ten laste beschouwd.
Verhoogde belastingvrije som

Wanneer een voorouder of verwante tot in de tweede graad fiscaal ten laste is van het gezin waarin hij of zij verblijft, hangt daar voor het opvanggezin een extra royale belastingvrije som aan vast. De 'normale' belastingvrije som voor 'andere personen ten laste' (dat zijn alle personen ten laste die niet als kind van het gezin kunnen worden beschouwd) van ? 1.200 (voor aanslagjaar 2005) of ? 1.230 (voor aanslagjaar 2006) wordt voor gepensioneerde voorouders opgetrokken tot ? 2.480 (vanaf aanslagjaar 2006). Onder deze categorie vallen (groot-)ouders en verwanten tot in de tweede graad (bijvoorbeeld broer of zus) van minstens 65 jaar oud evenals alle andere 65-plussers die de exclusieve of belangrijkste zorg voor de belastingplichtige op zich hebben genomen tijdens diens kindertijd De verhoging van deze belastingvrije som resulteert in een extra belastingvermindering van ettelijke honderden euro's per jaar, afhankelijk van de gezinssituatie van het opvanggezin. Op deze manier wil men gezinnen stimuleren om voor hun behoeftige voorouders te zorgen.

donderdag, januari 12, 2006

Korting gasfactuur

Wie met gas verwarmt, krijgt dit jaar een korting van ruim 7,5 procent. Dat vernam de redactie gisteren in regeringskringen. De kostprijs van de korting ligt wel vijfmaal hoger dan begroot. Het gaat om zowat 110 miljoen euro, terwijl in de begroting slechts 20 miljoen euro is uitgetrokken. Het kernkabinet buigt zich vandaag over het dossier, schrijft De Tijd.

Paars besliste in september maatregelen te nemen om de verwarmingsrekening van de gezinnen te verlichten. Er werd beslist een korting van maximaal 17,35 procent op de factuur van stookolie toe te kennen. Tegelijk kondigde de regering aan dat er dit jaar voor de 2,7 miljoen gasverbruikers een gelijkaardige tegemoetkoming zou komen. De korting zou in januari worden vastgelegd, op basis van de prijsevolutie van gas en stookolie over 2005.

De sp.a schoof eerder al een korting van 5 procent naar voren. Maar uit nieuwe berekeningen blijkt dat de korting ruim 7,5 procent zou bedragen, is te horen in regeringskringen. Dat is meer dan verwacht, omdat de gasprijs sterker is gestegen dan voorzien. Om alle gasverbruikers een korting van 7,5 procent te geven, is het vrijgemaakte budget van 20 miljoen euro onvoldoende. Het zou volstaan om een korting van hooguit 1,5 procent toe te kennen.

Vandaag staat de gaskorting op de agenda van het kernkabinet. Om het budgettaire plaatje rond te krijgen, kan de regering rekenen op een meevaller. De vorig jaar toegekende korting op stookolie kostte 50 miljoen euro minder dan gedacht. Dat bedrag wil de regering gebruiken voor de korting op de gasfactuur.

woensdag, januari 11, 2006

Vervroegd pensioen

De helft van de Belgische gepensioneerden stopt vóór de wettelijke pensioenleeftijd met werken en doet dit voor een deel vrijwillig en om persoonlijke redenen. Hij kijkt uit naar zijn nieuwe en actieve leven met dezelfde of zelfs een verbeterde levenskwaliteit. Dat blijkt uit de pensioenbarometer van AXA.

Bankverzekeraar AXA organiseert al sinds 2000 een jaarlijkse rondvraag over de kennis en ervaring omtrent het pensioen. Sinds vorig jaar gebeurt die rondvraag ook internationaal. Het onderzoeksbureau Significant GfK ondervroeg in 11 landen 6.915 personen, zowel actieven als gepensioneerden. Van al de gepensioneerden ging de helft met prepensioen. Tweederde onder hen deed dat op vrijwillige basis.

Opvallend is dat de Belgische actieven hopen vervroegd op pensioen te kunnen gaan, gemiddeld op 56-jarige leeftijd. Daarmee vertoeven de Belgen in de internationale middenmoot. Tegelijkertijd beseffen ze dat ze waarschijnlijk langer zullen moeten werken, tot 61 jaar gemiddeld, terwijl dat voor de gepensioneerden van vandaag 59 jaar was.

Tachtig procent van de Belgen vindt dat ze nog kwalitatief werk kunnen verrichten na 65 jaar en dat men pas oud wordt na 73. Bijna de helft van de actieven zou na het pensioen nog willen werken, maar 50-plussers zijn van mening dat er voor hen na het pensioen geen aanbod is voor interessant, flexibel en correct betaald werk.

Naast de kwantitatieve studie deed AXA voor het eerst ook een kwalitatief onderzoek. Daarin werd gepeild naar de motieven voor vrijwillig vertrek. Uit de antwoorden blijkt dat de Belgen willen genieten van het leven zolang het nog kan en dat ze de stress van de werkvloer en het drukke verkeer naar het werk graag achter zich laten.

De actieve Belg hoopt, eens hij met pensioen is, veel te reizen (59 procent) en zorg te dragen voor de familie, kinderen en kleinkinderen (23 procent). De Belgen behoren internationaal trouwens tot de reizigers die het langst met vakantie gaan: de actieve Belg gaat gemiddeld 25 dagen per jaar naar het buitenland, de gepensioneerde zelfs 45 dagen.

Meer dan 60 procent van de actieve Belgen denkt dat de levensstandaard tijdens de pensioenperiode op peil zal blijven of zelfs verbeteren. De Belg verwacht ook dat hij tegen de pensioenleeftijd over voldoende materiële middelen zal beschikken om comfortabel te leven. Hij is tevreden met het verwachte pensioeninkomen, dat 1.328 euro bedraagt, en bereidt zich goed voor via regelingen als sparen (75 procent), pensioensparen (56 procent), een levensverzekering (63 procent), een groepsverzekering (31 procent), enzovoort.

Net als in de meeste ondervraagde landen blijft de levenskwaliteit stabiel of gaat ze er zelfs op vooruit. De geluksfactor bij de gepensioneerden is een goede gezondheid en voldoende pensioeninkomen. De gepensioneerde Belg is gelukkig tot zeer gelukkig (93 procent). Daarmee behoren ze tot de top van de ondervraagde landen.

dinsdag, januari 10, 2006

Rusthuisfactuur

Vanaf 1 januari regelen de ziekenfondsen terugbetalingen niet langer rechtstreeks met de rusthuizen na het bezoek van een arts of kinesist aan een bewoner, waardoor de rusthuisfactuur hoger zal zijn dan voordien. Dat liet de Federatie Onafhankelijke Seniorenzorg (FOS), een koepel van private rusthuizen, maandag weten.

De factuur zal hoger zijn, omdat de oudere zelf zal moeten instaan voor het betalen van het volledige honorarium en de verdere opvolging van terugbetalingen door het ziekenfonds.

In rust- en verzorgingstehuizen is het de gewoonte dat na het bezoek van een arts of kinesist aan een patiënt de instelling de rekening betaalt en slechts het remgeld aanrekent aan de bewoner. Ook de verdere opvolging, namelijk het binnenbrengen van de doktersbriefjes bij het ziekenfonds, neemt de instelling voor haar rekening. Die manier van werken was eenvoudig voor de bewoner en zijn familie en voor de arts. Verschillende OCMW's verplichten private voorzieningen zelfs om voor bewoners die ten laste zijn van het OCMW enkel de remgelden aan te rekenen.

De ziekenfondsen willen nu echter de letter van de wet strikt toepassen en zullen vanaf 1 januari geen terugbetalingen meer doen aan de rusthuizen. De factuur van januari zal dus voor vele bewoners hoger uitvallen en bovendien zullen zij voortaan zelf de doktersbriefjes naar het ziekenfonds moeten brengen en verzoeken om uitbetaling op hun rekening.

Strikt genomen hebben de ziekenfondsen gelijk maar of zij hiermee de rechten van hun aangesloten leden het beste verdedigen, valt volgens de FOS sterk te betwijfelen.

'Onder het mom van fraudegevoeligheid wordt de huidige gangbare praktijk afgeschaft', stelde Eginhard Van Wilder van de FOS. 'Ik kan mij niet inbeelden op welke wijze dit systeem aanleiding zou kunnen geven tot fraude. Dat zou slechts kunnen indien de arts en de voorziening zich hier samen toe lenen. De ziekenfondsen stellen zich veel te conservatief op. In plaats van de regelgeving aan te passen aan de huidige gang van zaken en de vermeende fraude aan te pakken, pleiten ze nu voor een restauratie die de resident tweemaal treft: eerst in zijn portemonnee en vervolgens door extra administratie', besluit Van Wilder.

maandag, januari 09, 2006

Klantenkaarten

De kaarthouder die zich verdiept in de kleine lettertjes, stelt vast dat er sprake is van een heuse jungle aan tarieven, punten en kortingen. Om er nu precies achter te komen hoe groot het voordeel is bij het gebruik van de verschillende kaarten, is heel wat rekenwerk nodig. Het beleid inzake puntentoekenning en inwisselbaarheid verschilt van kaart tot kaart. Bovendien krijgt de consument met één en dezelfde kaart niet overal hetzelfde aantal punten. Voor alle kaarten geldt wel dat er bij de aankoop van bepaalde producten regelmatig extra punten te verdienen zijn.

Voor de Happy Days-kaart , de meest verspreide in België, verschillen de voorwaarden naar gelang de keten waar de boodschappen gekocht worden. Eén ding is wel overal identiek: 400 punten zijn 10 euro waard, wat de waarde van één punt op 2,5 cent brengt. Maar bij Carrefour, Contact GB en GB Express geeft een aankoopschijf van 5 euro al recht op een punt, terwijl bij Super GB en GB Partner 8 euro uitgegeven moet worden om een punt te krijgen.

Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken, geven alle GB-formules (maar Carrefour niet) nog 1 punt extra per bezoek en 1, 2 of 3 punten bij het gebruik van een herbruikbare zak of box. Het precieze aantal punten dat daarmee verdiend kan worden, is afhankelijk van het gebruikte model. Het beleid bij de aangesloten Happy Days-partners is weer anders. Zo geeft Pizza Hut een punt als er 6 euro besteed wordt, en Shell bij de aankoop van 5 liter brandstof (ongeacht de prijs).

Door het variabele beleid is er ook nogal wat verschil in het bedrag dat minimaal uitgegeven moet worden om de korting te kunnen incasseren. Bij Carrefour moet minstens 2.000 euro uitgegeven worden. Bij de grote GB's is dat meer, bij de kleine GB's minder. Aangestipt moet nog worden dat de aanschaf van de Happy Days-kaart 1 euro kost.

Samengevat komt het erop neer dat gebruik van de Happy Days-kaart in de meeste gevallen een korting van 0,5 procent oplevert. Bij Super GB en GB Partners is dat een stuk minder. Wie daar voor 30 euro boodschappen doet, krijgt via de kaart niet meer dan 0,33 procent korting. Bij de kleinere GB-formules kan het percentage dan weer hoger liggen, vooral voor wie een herbruikbare tas of box gebruikt en per keer weinig artikelen koopt. In het hypothetische geval van iemand die precies 5 euro uitgeeft in een Contact GB en daarbij een herbruikare box gebruikt die recht geeft op 3 punten, kan de korting oplopen tot 2,5 procent.

Happy Days-kaarthouders hebben ook de mogelijkheid om hun punten in te ruilen tegen geschenken in natura. Maar daarmee doen ze niet altijd een goede zaak. Een halfjaarabonnement op Humo kost bijvoorbeeld 2080 punten, die een waarde van 52 euro vertegenwoordigen. Maar wie een ,,gewoon'' abonnement neemt, betaalt daarvoor maar 48 euro. Een ticket voor het Nederlandse safaripark Beekse Bergen kost in Happy Days-punten 14 euro, maar aan de kassa ter plaatse 9,95 euro.

De Pluskaart , die bij Delhaize en een reeks partners gebruikt kan worden, geeft bij 500 punten recht op een kortingsbon van 5 euro. Een punt is dus 1 cent waard. Delhaize geeft een punt weg bij besteding van 2 euro, de partners Tom&Co, Di, Free Record Shop en Aveve al bij 1 euro. Bij de tankstations van Q8 wordt 1 punt toegekend per 2 liter brandstof, en nog 5 extra punten per 25 liter.

Ook hier weer een vrij onoverzichtelijk beleid dus, dat nog gecompliceerd wordt doordat de Pluskaart ook gebruikt kan worden om mee te betalen. Per transactie levert dat 5 extra punten op. Gebruik van een herbruikbare tas levert ook nog 1 punt extra op. Het minimale bedrag om van de korting te kunnen genieten, bedraagt 1.000 euro voor Delhaize-klanten die niet met de kaart betalen, en iets minder voor wie dat wel doet.

Opnieuw kan het kortingspercentage dus uiteenlopen naargelang het gebruik van de kaart. Wie niet met de kaart betaalt, kan rekenen op 1 procent korting bij een aantal partners en 0,5 procent bij Delhaize. Wie ervoor kiest om met de kaart te betalen, kan zijn kortingspercentage bij Delhaize opdrijven. Daarbij loont het om zo weinig mogelijk per keer te kopen. Wie 10 euro afrekent, kan via de kaart op 1 procent korting rekenen. Wie 30 euro met de Pluskaart betaalt, krijgt 0,67 procent korting.

De klantenkaart van Cora is wat eenvoudiger dan de twee voorgaande. De kaart is alleen te gebruiken bij de Cora-winkels zelf, die enkel in Brussel en Wallonië gevestigd zijn. Bovendien werkt de kaart niet met punten, maar meteen met centen. Berekenen hoeveel een punt waard is, hoeft dus niet. Cora kent een cent toe per aankoopschijf van 5 euro. Tot zover het eenvoudige gedeelte.

Want net als Delhaize geeft ook Cora zijn klanten de mogelijkheid om met de kaart te betalen. Aan wie dat doet, wordt een cent al toegekend bij elke bestede euro.

De opgespaarde centen omwisselen kan zodra het bedrag de hoogte van 5 euro heeft bereikt. Er moet dus minimaal 2.500 euro uitgegeven worden als er niet met de Corakaart betaald wordt, en minstens 500 euro als dat wel het geval is.

Conclusie: wie niet met de klantenkaart betaalt, krijgt een schamele 0,2 procent korting. Wie dat wel doet, ontvangt een (relatief) riante 1 procent.

Een origineel kortingsysteem hanteert de kleinere keten Match met de Optimatch-kaart . Als enige kent deze kaart een progressief tarief: hoe meer punten er gespaard worden, hoe groter het kortingspercentage. Daardoor kennen de punten geen vaste waarde. Die is afhankelijk van het spaargedrag van de klant.

Match kent 1 punt toe per aankoopschijf van 4 euro. Wie 150 punten bij elkaar heeft gespaard, heeft recht op een aankoopbon van 5 euro. Maar het loont om door te sparen, want bij 300 punten krijgt diezelfde klant een bon van 11 euro en bij 600 punten eentje van 25 euro. Even rekenen leert dat de punten van de eerste klant 3,33 cent waard zijn (kortingspercentage 0,83 %). De punten van de tweede klant hebben een waarde van 3,66 cent (0,92 %). Wie het geduld op kan brengen om door te sparen, ziet de waarde van zijn punten stijgen tot 4,16 cent (1,04 %). Hij moet dan wel 2.400 euro uitgeven. Wie genoegen neemt met minder, kan zijn korting al incasseren na 450 euro gespendeerd te hebben.

Conclusie : het hele kaartgebeuren is behoorlijk ondoorzichtig. Wie prijsbewust is, doet er goed aan de verschillende mogelijkheden te bestuderen en na te gaan hoe hij er het meeste uit kan halen. De kortingen lopen uiteen van 0,2 % tot meer dan 1 %, met een eerder hypothetische uitschieter tot 2,5 %. Hoe dan ook is het onverstandig om regelmatig te gaan winkelen zonder kaart. Dan bedraagt de korting immers nul. Wel is het belangrijk om in de gaten te houden dat de toegekende kortingen geen liefdadigheid zijn. De kosten ervan moeten worden terugverdiend. Dat gebeurt door hogere prijzen. Bij discounters zonder kaarten, wordt de korting direct en zonder voorwaarden toegekend in de vorm van lagere prijzen.

zaterdag, januari 07, 2006

Opbrengst spaargeld

We hebben er eigenlijk geen idee van hoeveel ons spaargeld opbrengt. Maar we zijn absoluut niet tevreden met de rente die we krijgen. Hoewel we niet weet wat elders geboden wordt, willen we onder geen beding van bank veranderen, zelfs niet als we daar heel wat meer rente kunnen krijgen. Maar wat maakt het allemaal uit, vermits we toch niet weten hoeveel die rente bedraagt... volgt u nog?

Even terugkeren in de tijd misschien. Rabobank.be is het Belgische internetbroertje van de grote Nederlandse bank. Een heel serieuze instelling met toprating en alles wat daarbij kijken komt. Dik drie jaar geleden maakte de internetbank haar entree op de Belgische markt. Met als lokvogel een hoogrentend spaarboekje.

Een heel aantrekkelijke rente, geen kosten, dagvalutering, we spraken destijds zelf van ,,het beste aanbod'' op de Belgische markt. Intussen zitten in het aanbod ook beleggingsfondsen en houdt de bank zich ook met de andere kant van de medaille bezig: kredietverlening. Allemaal nog steeds uitsluitend langs het internet.

En met succes, dat moet gezegd. Er staat nu bijna 1,2 miljard euro op rekeningen bij Rabobank.be. Dat is ruim 70 procent meer dan een jaar geleden. Geen concurrent die maar vaagweg in de buurt van dat groeipercentage komt, zelfs niet bij (even) kleine instellingen.

Bijna 44.000 spaarders, dat moet je verdienen denken ze bij Rabobank.be, en gelijk hebben ze natuurlijk. Sparen zit ons in het bloed, blijkt uit een enquête die de bank liet uitvoeren. Vooral in Vlaanderen - acht op tien - maar ook in de rest van het land spaart meer dan één Belg op twee.

Maar dat wisten we al langer, het blijkt telkens weer, uit elk van de vele onderzoeken waarmee we om de oren worden geslagen. Enquêtes die meer vragen oproepen dan ze beantwoorden, dat is echter relatief nieuw. Vragen waar ook Rabobank.be zelf geen weg mee weet, tenzij dan dat de Belg blijkbaar honkvast is, jarenlang trouw blijft aan dezelfde bank en ,,een pak minder kritisch met zijn spaarcenten omspringt dan hij zelf denkt''.

,,Toch,'' zegt algemeen directeur Frank Kleman, ,,merken we dat de Belg steeds slimmer wordt. Wie vergelijkt merkt dat sparen bij Rabobank.be 68 procent meer opbrengt.'' Of hoe het onderzoek dus eigenlijk bewijst dat de klanten van Rabobank echt slimmer zijn...

vrijdag, januari 06, 2006

Dienstencheques

Niet minder dan 87 procent van de Belgen vindt de dienstencheque een goed initiatief en 64 procent evalueert het huidige systeem positief. Ruim tachtig procent staat ook gunstig tegenover de kostprijs.

Dat blijkt uit de eerste publieke tevredenheidsenquête van uitzendbureau Creyf's over dat onderwerp.

Uit het onderzoek komt naar voor dat de dienstencheque goed gekend is en zowel door gebruikers als niet-gebruikers positief wordt geëvalueerd. Meer dan tachtig procent (82%) is bereid de dienstencheque aan te bevelen aan anderen. Slechts dertien procent zou de formule niet aanbevelen.

Bijna twee op drie gebruikers van de cheque, 63 procent namelijk, vond zonder probleem een kandidaat-huishoudhulp. De overige 37 procent ondervond daar wel problemen mee.

De belangrijkste huishoudelijke taak waarvoor een beroep wordt gedaan op de dienstencheque is de schoonmaak. Ook strijken, koken, boodschappen doen of naaiwerk verrichten worden in mindere of meerdere mate overgelaten aan de huishoudhulp. Op de vraag waarvoor in de toekomst behoefte is aan dienstencheques, antwoordt 42 procent kinderopvang, 42 procent tuinieren en 33 procent schilderwerken.

Vooral het actieve deel van de bevolking, getrouwde koppels en mensen met of zonder kinderen vragen huishoudhulp via de cheques. Opvallend is dat voornamelijk Vlamingen een beroep doen op huishoudhulp. In Brussel en Wallonië is de formule veel minder populair, omdat het systeem later werd opgestart meent Creyf's.

Het onderzoek kwam tot stand via anonieme online-enquêtes op verschillende websites. In totaal werden meer dan 1.300 mensen ondervraagd, van wie ongeveer één op drie een beroep doet of deed op huishoudhulp.

donderdag, januari 05, 2006

Aangifte huwelijk

De procedure voor de aangifte van een huwelijk wordt op 1 februari eenvoudiger en goedkoper. Normaal zou de vereenvoudigde procedure al op 1 januari ingaan, maar een laattijdige publicatie in het Staatsblad heeft voor een maand vertraging verzorgd.

Een medewerker van het kabinet van de staatssecretaris van Administratieve Vereenvoudiging, Vincent Van Quickenborne (VLD), bevestigde de informatie.

Vanaf 1 februari kan de ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijksdossier zelf samenstellen. Als alle nodige documenten verzameld zijn, moeten de verloofden enkel de huwelijksaangifte bevestigen en ondertekenen. Trouwen is vanaf volgende maand mogelijk na twee weken en moet gebeuren binnen de zes maanden. De nieuwe dienst en alle documenten die vereist zijn om te huwen, zijn vanaf 1 februari gratis.

woensdag, januari 04, 2006

Pensioensparen

De vele, vaak verhitte politieke discussies over de pensioenproblematiek hebben de bevolking aan het denken gezet. Omdat iedereen tot vervelens toe heeft te horen gekregen dat het wettelijk pensioen niet zal volstaan, is de interesse voor het pensioensparen aanzienlijk toegenomen.

Uit een rondvraag van de redactie blijkt dat de vier grote banken - Fortis, KBC, Dexia en ING België - de inleg in hun pensioenspaarfondsen vorig jaar gemiddeld met een kleine 20 procent zagen stijgen ten opzichte van 2004. Opmerkelijk was de grote toevloed van het aantal nieuwe contracten in het laatste kwartaal.

,,Niet alleen veertigplussers, maar voor het eerst ook heel wat jongeren besloten om een extra spaarpot aan te leggen voor de oude dag'', verduidelijkt Wilfried Remans, de woordvoerder van Fortis. De verhoogde fiscale aftrek is daar niet vreemd aan. De regering heeft in het Generatiepact de fiscale aftrek voor pensioensparen met een kwart opgetrokken, van 620 tot 780 euro. Dat je van dat bedrag een derde (tot 312 euro) kunt recupereren via de belastingen, is voor velen een belangrijke stimulans.

Heel wat mensen die eerder op het jaar al 620 euro op hun pensioenspaarrekening hadden gestort, besloten de voorbije weken om 160 euro bij te storten, waardoor het incasso bij de banken zienderogen steeg. Daar ligt dan ook de voornaamste verklaring voor de forse stijging van de inleg in pensioenspaarfondsen.

Maar dat is niet de enige reden. De onzekerheid bij de bevolking over de omvang van hun toekomstige pensioen is volgens de banken duidelijk toegenomen. Tot nu toe deed - ruw geschat - slechts de helft van de belastingplichtigen tussen 18 en 60 jaar aan pensioensparen. Uit de cijfers van Fortis en KBC blijkt dat dat aantal fors groeit. Beide banken melden een spectaculaire aangroei van het aantal nieuwe contracten.

Fortis Bank registreerde in 2005 een aangroei van 90 procent tot 13.143 nieuwe contracten. KBC merkt op dat de toeloop op pensioenspaarfondsen zich vooral voordeed in het laatste kwartaal. ,,In de laatste drie maanden telden we niet minder dan 39 procent meer nieuwe intekeningen, terwijl de aangroei in de kwartalen voordien beperkt bleef tot enkele procenten'', benadrukt Stef Leunens, woordvoerder van KBC.

Bij Dexia, dat geen aparte cijfers gaf voor het laatste kwartaal, was de toename veel minder uitgesproken. ,,Slechts enkele procenten'', aldus een woordvoerder. Bij ING België waren gisteren geen cijfers beschikbaar.

De grote verschillen in bovenstaande cijfers zijn wellicht deels te verklaren door verschillen in commercieel beleid. Zo pakten sommige banken uit met gerichte mailings om pensioensparen aan te prijzen. Zij maakten daarbij niet alleen gebruik van de deining over het Generatiepact, maar ook van het goede beursjaar. Dat laatste zorgde ervoor dat de onderliggende waarde van de pensioenspaarfondsen - die vaak beleggen in aandelen - in 2005 aanzienlijk toenam.

dinsdag, januari 03, 2006

Bankkosten

OP 9 januari 1991 gaf de toenmalige minister van Economische Zaken, Willy Claes, de banken voor het eerst de toelating kosten aan te rekenen voor het betalingsverkeer. Maar hij legde daarbij meteen ook maxima op: voor het beheer van een zichtrekening mochten de banken hoogstens 200 frank per jaar aanrekenen, en daarnaast nog eens 150 frank voor de eerste 48 debetverrichtingen die met de rekening gebeurden. Vanaf de 49ste verrichting mochten ze hoogstens 5 frank per verrichting aanrekenen.

Vijftien jaar later ergeren veel consumenten zich nog steeds aan die tarifering. Dat we moeten betalen om met ons eigen geld te mogen betalen, vinden veel Belgen nog altijd ongehoord.

Maar laten we eerlijk zijn: we krijgen er ook veel voor terug. De tijd dat we elke week wel eens langs het bankkantoor moesten passeren om een voorraadje geld af te halen om de week mee door te komen, ligt al lang achter ons. Tegenwoordig moeten we zelfs nog nauwelijks langs de bankautomaat passeren, want bijna overal kunnen we met onze kaart betalen.

Bij de bakker, de krantenman en de parkeerautomaat kunnen we steeds vaker met onze Protonkaart terecht. In de supermarkt betalen we met onze Bancontact/MisterCashkaart niet alleen onze boodschappen, maar halen we ook een paar tientallen euro's af om toch nog wat cash geld op zak te hebben.

In het restaurant halen we onze kredietkaart van Visa of Mastercard boven. Gas, elektriciteit en telefoon betalen we al lang niet meer met een papieren overschrijving, maar via de automaat in de bank, de telefoon of onze eigen pc - 24 uur op 24 en zeven dagen op zeven.

Wanneer we op vakantie gaan naar het buitenland is het verschil met vroeger nog opvallender, mede dankzij de invoering van de euro. Een bezoekje aan de bank hoort al lang niet meer bij de vaste voorbereidingsrituelen voor de reis, want we hoeven geen geld meer te gaan wisselen op voorhand - zelfs op veel bestemmingen buiten de eurozone kunnen we nu al even vlot terecht met euro's als met dollars. En als we zijn aangekomen op onze bestemming, hoeven we ook niet meer te zoeken naar een bank waar we onze euro- of reischeques kunnen gaan omwisselen in plaatselijke munt. Ook in het buitenland halen we nu bijna overal ter wereld vlotjes geld uit de muur, met onze eigen bank- of kredietkaart.

Kortom: de moderne betaalmiddelen leveren ons niet alleen veel gebruiksgemak op, ze bieden ons ook veel veiligheid. Dat gemak en die veiligheid hebben natuurlijk hun prijs. En dat merken we elke maand, of één keer per jaar, op onze bankrekening.

Waarvoor moeten we betalen?

Aanvankelijk rekenden de meeste banken, behalve een beheersvergoeding voor de rekening en het forfait voor de eerste 48 verrichtingen, alleen kosten aan voor de ,,duurdere'' betaalvormen. Dat waren dan de papieren of manuele verrichtingen: cheques, papieren overschrijvingen, geldafhalingen aan het loket.

Door daarvoor kosten aan te rekenen, probeerden ze hun klanten naar de voor de bank goedkopere en voor de klant veiliger verrichtingen te oriënteren: geldafhalingen en overschrijvingen via de automaat, betalingen met een kaart in de winkel.

Dat opzet is inmiddels gelukt. In ons land is het elektronische betaalverkeer volledig doorgebroken. Sommige oude betaalinstrumenten, zoals eurocheques, bestaan zelfs niet meer. En het ziet ernaar uit dat ook de reischeque binnenkort tot het verleden zal behoren.

Maar uiteindelijk kost ook de organisatie van dat elektronische betaalverkeer geld. Dat er, na verloop van tijd, ook voor elektronische verrichtingen betaald zou moeten worden, stond dan ook in de sterren geschreven.

Die stap zetten, was voor de banken niet evident.

Fortis ontketende goed twee jaar geleden een storm van protest toen het aankondigde dat het vanaf 1 januari 2004 ook kosten (6 eurocent) zou gaan aanrekenen voor geldafhalingen aan de automaat, ook bij automaten van zijn eigen self banknetwerk.

Die aankondiging was echter vooral een staaltje van onhandige communicatie. Uiteindelijk bleek de maatregel slechts een zeer beperkt deel van de klanten te treffen.

Maar dat neemt niet weg dat we allemaal al lang betalen voor elektronische betaalverrichtingen. Alleen beseffen we dat niet altijd.

In de loop der jaren hebben de grote banken hun klanten immers stelselmatig overgeschakeld op zogenaamde ,,pakketrekeningen''.

Voor zo'n ,,pakketrekening'' betaalt de klant een vaste prijs per maand of per jaar. Die kostprijs omvat niet alleen het beheer van de rekening, maar ook een welomschreven aantal diensten: één of twee bankkaarten, geldafhalingen aan de automaat, een of twee abonnementen op telefonisch, pc- of internetbankieren, betalingen met de bankkaart, soms een beperkt aantal manuele verrichtingen, enzovoort.

Wil men daarbij nog een aantal andere diensten, dan betaalt men daar extra voor.

Meestal is het aantal binnenlandse elektronische verrichtingen dat men met zo'n rekening mag uitvoeren onbeperkt. De illusie dat die verrichtingen ,,gratis'' zijn, wordt daarmee in stand gehouden.

De prijs van zo'n rekening ligt wel een pak hoger dan de 350 frank die we vijftien jaar geleden betaalden voor onze zichtrekening, en waartoe we destijds de kosten konden beperken door geen papieren of manuele verrichtingen meer te doen.

Naast een of meer ,,pakketrekeningen'', bieden de grote banken hun klanten ook nog een ,,gewone'' zichtrekening aan. Daarvoor betaalt de klant een algemene beheersvergoeding en een vergoeding per verrichting.

Hoeveel moeten we betalen?

Om een idee te krijgen hoeveel we nu eigenlijk moeten ,,betalen om te betalen'', voerden we een kleine simulatie uit. We vroegen drie mensen hoe hun ,,betalingsgedrag'' er uitziet, en stelden aan de hand daarvan drie profielen op (zie inzetje) . Vervolgens gingen we na hoeveel ze, bij de vier grote banken Fortis, KBC, Dexia en ING België, minstens moeten betalen voor hun zichtrekening. Het resultaat staat in de tabel.

Enkele conclusies:



Fortis en KBC bieden elk, behalve een ,,gewone'' zichtrekening waarvoor per verrichting kosten aangerekend worden, twee ,,pakketrekeningen'' aan. Bij Fortis zijn dat de Prisma- en de Global Club-rekening, bij KBC de Compact- en de Comfortrekening.

Bij Dexia kan de klant kiezen voor de Classic-rekening (een ,,gewone'' zichtrekening waarin zoals vroeger een forfait zit voor 48 debetverrichtingen per jaar) of de Select-pakketrekening. ING België biedt de keuze tussen de gewone zichtrekening en de Groene Rekening.

Fortis, KBC en Dexia hebben op hun website een simulator, waar de klant aan de hand van zijn betalingsgedrag kan berekenen welke de voordeligste formule voor hem is. Voor onze vergelijking hebben we gebruik gemaakt van die simulator.

Deze berekeningen gelden voor klanten op ,,actieve leeftijd''. Alle banken bieden speciale, goedkopere, formules voor jongeren (meestal tot 25 jaar, waarbij soms nog een onderscheid gemaakt wordt voor studenten en niet-studenten). Ook voor senioren (60+ of 65+) gelden er speciale tarieven: zij betalen vaak minder voor papieren of manuele verrichtingen.

Voor alle profielen bleek een pakketrekening de goedkoopste manier te zijn. Bij KBC bijvoorbeeld viel de Comfort-rekening (32,40 euro per jaar) het goedkoopste uit voor iedereen, vooral omdat bij een Compact-rekening (15 euro per jaar) geen kredietkaart mogelijk is. En bij de profielen die we invoerden hoorde telkens minstens één Visakaart. Bij Dexia kwam iedereen terecht bij de Select-rekening (22,20 euro per jaar, plus eventueel 9,60 euro toeslag voor meerdere gebruikers), bij ING bij de Groene Rekening (20 euro per jaar). Bij Fortis was alleen koppel C het goedkoopst af met een Global Club-rekening (6,55 euro per maand); voor de andere twee profielen was de Prisma-rekening (2,30 euro per maand) voordeliger.

De berekeningen tonen aan dat het verschil in kostprijs voor een zichtrekening vooral toe te schrijven is aan twee elementen: het aantal kaarten dat men aan de rekening wil verbinden, en de Maestro-functie.

Zo heeft het koppel met profiel A twee Bancontact-kaarten, de vrijgezel met profiel B slechts één.

Het koppel met profiel C heeft dan weer twee Bancontact- én twee Visa-kredietkaarten. Daardoor komen zij bij Fortis als enigen terecht bij de Global-Club-rekening, die 6,55 euro per maand kost maar dan ook een echte all-in -formule is.

De Global-Club-rekening kost daarmee een pak meer dan de andere zichtrekeningen, maar ze omvat ook nog een aantal niet-bancaire voordelen. Wie zo'n rekening heeft, kan bijvoorbeeld korting krijgen op een Europ Assistance-abonnement, op toegangstickets voor tentoonstellingen, in een aantal restaurants enz.

Bij Dexia en ING zit in de pakketrekening geen kredietkaart verrekend. Daarom rekenden we die er apart bij. Bij ING kost een klassieke Visakaart 20 euro, bij Dexia 19,83 euro. Maar bij Dexia krijgt men de tweede Visakaart gratis, als die op een andere naam staat dan de eerste.

Wie met zijn Bancontactkaart geld wil kunnen afhalen in het buitenland, of in het buitenland met zijn bankkaart wil kunnen betalen in winkels, moet een Maestro-functie op zijn kaart hebben.

Voor die functie moet bij alle banken extra betaald worden bovenop de pakketprijs, behalve bij de Fortis Global Club, waar twee Maestro-functies in de prijs inbegrepen zijn. Bij de Prisma-rekening van Fortis kost Maestro 9,90 euro.

KBC splitst de prijs voor Maestro op in een bedrag voor geldafhalingen (5,5 euro per jaar), en een bedrag voor betalingen (2,5 euro per jaar). Bij ING komt de 9 euro die een Maestrofunctie kost bovenop de 20 euro die jaarlijks voor een Groene Rekening wordt aangerekend. Dexia rekent dan weer 7 euro voor een Maestro.

Dexia geeft bij de afrekening een korting of ristorno op het aantal elektronische verrichtingen dat een klant doet. Dat leidt tot het bizarre effect dat het koppel met profiel A, dat veel minder verrichtingen doet per jaar dan koppel C, volgens de simulator toch iets meer betaalt voor zijn zichtrekening.

Dexia rekent ook nog tien euro kosten aan voor het afsluiten van een rekening. Bij de andere banken is dit gratis.

maandag, januari 02, 2006

Beurshausse

De Belgische gezinnen lijken de magere beursjaren 2001 en 2002 eindelijk te hebben verteerd. Hun financiële vermogen ligt vandaag zelfs hoger dan in het topjaar 2000. De teller staat nu op bijna 751 miljard euro, of meer dan 73.000 euro per Belg.

De Bel 20 flirt dezer dagen met de kaap van 3.400 punten. Daarmee zet de Brusselse beursindex zijn haast onafgebroken opmars sinds maart 2000 verder. Toen dobberde de Bel 20 nog lusteloos rond 1.600 punten.

De beurshausse van de afgelopen maanden stuwt de waarde van onze gezamenlijke spaarpot omhoog. Het financiële vermogen van de Belgische gezinnen, de som van onze financiële beleggingen en ons geld op spaar- en zichtrekeningen, klokte in juni af op 750,6 miljard euro. Dat komt neer op ruim 73.000 euro per Belg. Daarmee is het oude record (749,5 miljard euro), dat dateert van 2000, definitief naar de geschiedenisboeken verwezen. Het is al het zesde opeenvolgende kwartaal dat het gezinsvermogen in de lift zit, zo blijkt uit de statistieken van de Nationale Bank.

Eindelijk lijken de beursverliezen van vier, vijf jaar geleden verteerd. In het najaar van 2000 spatte de internetbubbel uiteen en gingen de beurskoersen de dieperik in. Duizenden gezinnen zagen de waarde van hun aandelen verschrompelen. Pas nu heeft het financiële gezinsvermogen zich volledig van die klap kunnen herstellen.

De beurshausse geeft geen volledige verklaring voor het recordpeil van het gezinsvermogen. De stijgende aandelenkoersen verklaren alleen waarom de waarde van onze aandelen, beleggingsfondsen en aan de beurs gekoppelde verzekeringen stijgt. Maar uit de cijfers van de Nationale Bank blijkt dat ook het geld op onze zicht- en spaarrekeningen fors blijft aanzwellen. De Belgische gezinnen zitten op een enorme berg snel beschikbaar geld. De som van contant geld en geld op snel beschikbare bankrekeningen loopt op tot maar liefst 240,6 miljard euro. Dat is 20 procent meer dan begin 2003. Bankiers hebben daar twee verklaringen voor. Dankzij de fiscale amnestie in 2004 is er veel kapitaal teruggekeerd uit het buitenland en door de lage rente van de afgelopen maanden zijn vastrentende effecten zoals obligaties minder aantrekkelijk. Bij gebrek aan een interessant en risicoloos alternatief kiezen sommige beleggers daarom voor het klassieke spaarboekje.

Ondanks het recordpeil van het gezinsvermogen staan de Belgische gezinnen er minder goed voor dan in 2000. Want niet alleen ons vermogen, ook onze uitstaande schulden staan op een recordpeil: 132,8 miljard euro. Het nettogezinsvermogen, vermogen min schulden, klokt daardoor af op zowat 618 miljard euro. In 2000 lag dat nettovermogen nog ruim 20 miljard euro hoger.