65-plussers moeten beroepsactiviteit niet meer aangeven
Loontrekkenden die 65 worden en met pensioen gaan, moeten voortaan niet meer aangeven dat ze een beroepsactiviteit voortzetten of hernemen. Het koninklijk besluit terzake verscheen maandag in het staatsblad.
Het KB voert een bepaling uit de programmawet van 11 juli 2005 uit. Het maakt vanaf 1 januari 2006 voor loontrekkenden die met pensioen gaan een einde aan de verplichting om de voortzetting of herneming van een beroepsactiviteit voorafgaandelijk en schriftelijk te melden.
Een KB van 24 oktober 1967 stelt dat het (rust- of overlevings)pensioen pas ingaat wanneer de betrokkene een verklaring heeft ondertekend over het al dan niet stoppen of voortzetten van een beroepsactiviteit. De verklaring moet bezorgd worden aan de Rijksdienst voor Pensioenen. Ook de werkgever die de gepensioneerde tewerk stelt, moet overigens zo'n verklaring afleggen.
Vorig jaar besliste de regering echter om de verplichting en de sancties die erop staan af te schaffen omdat ze volgens haar voorbijgestreefd zijn. Via elektronische databanken kan alles immers makkelijker worden nagegaan. En door de afschaffing hebben gepensioneerde en werkgever minder papierwerk.
In eerste instantie geldt de maatregel enkel voor loontrekkenden die 65 jaar zijn, met pensioen gaan en een activiteit voorzetten of hernemen. Voor wie jonger is, blijft de verplichtig wel bestaan. Bedoeling is dat het systeem later wordt uitgebreid naar andere gepensioneerden en hun echtgenotes, staat in het KB te lezen.
Het KB voert een bepaling uit de programmawet van 11 juli 2005 uit. Het maakt vanaf 1 januari 2006 voor loontrekkenden die met pensioen gaan een einde aan de verplichting om de voortzetting of herneming van een beroepsactiviteit voorafgaandelijk en schriftelijk te melden.
Een KB van 24 oktober 1967 stelt dat het (rust- of overlevings)pensioen pas ingaat wanneer de betrokkene een verklaring heeft ondertekend over het al dan niet stoppen of voortzetten van een beroepsactiviteit. De verklaring moet bezorgd worden aan de Rijksdienst voor Pensioenen. Ook de werkgever die de gepensioneerde tewerk stelt, moet overigens zo'n verklaring afleggen.
Vorig jaar besliste de regering echter om de verplichting en de sancties die erop staan af te schaffen omdat ze volgens haar voorbijgestreefd zijn. Via elektronische databanken kan alles immers makkelijker worden nagegaan. En door de afschaffing hebben gepensioneerde en werkgever minder papierwerk.
In eerste instantie geldt de maatregel enkel voor loontrekkenden die 65 jaar zijn, met pensioen gaan en een activiteit voorzetten of hernemen. Voor wie jonger is, blijft de verplichtig wel bestaan. Bedoeling is dat het systeem later wordt uitgebreid naar andere gepensioneerden en hun echtgenotes, staat in het KB te lezen.