Studeren kost geld. Vooral hogere studies nemen een hele hap uit het gezinsbudget. Maar wie goed geïnformeerd is, kan zeker een beroep doen op de studietoelagen van de Vlaamse Gemeenschap. De spelregels die daaraan verbonden zijn, veranderden grondig voor het academiejaar 2005-2006.
Jaarlijks worden ongeveer 165.000 aanvragen tot studietoelage ingediend waarvan 110.000 voor het secundair en 55.000 voor het hoger onderwijs. Alles samen wordt elk jaar 75 miljoen euro aan toelagen uitbetaald. Nochtans zijn er heel wat studenten die geen aanvraag indienen hoewel ze recht hebben op een studietoelage.
Een aanvraag indienen is onderworpen aan een aantal strikte voorwaarden.
NATIONALITEITS- VOORWAARDE
Als basisprincipe geldt dat de student Belg moet zijn. Maar ook als niet-Belg kun je voor studiefinanciering in aanmerking komen. Onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie kunnen aanspraak maken op studiefinanciering als de ouders of de student minstens twaalf maanden in een periode van twee jaar in België gewerkt hebben. Zelfstandigen komen niet in aanmerking. Ook EU-studenten die al vijf jaar onafgebroken in België verblijven, komen in aanmerking.
PEDAGOGISCHE VOORWAARDEN
Je moet ingeschreven zijn in een erkende Nederlandstalige instelling voor hoger onderwijs in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De opleiding waarvoor je je inschrijft, moet geaccrediteerd zijn of erkend zijn als nieuwe of tijdelijke opleiding. Toch komen enkele niet-geaccrediteerde opleidingen wel in aanmerking voor een toelage. Het betreft hier het voorbereidende jaar voor burgerlijk ingenieurs of het schakelprogramma wanneer de masteropleiding die je wilt volgen niet perfect aansluit op de bachelorsopleiding. Ook de lerarenopleiding voor het secundair onderwijs valt hier onder.
Om in aanmerking te komen voor studiefinanciering moet je een opleiding volgen met het oog op het behalen van een diploma. Vrije studenten en studenten in het onderwijs voor sociale promotie komen niet in aanmerking voor studiefinanciering.
STUDIEKREDIET
De studiefinanciering waarvoor je in aanmerking komt, wordt uitgedrukt in ?kredieten?.
Dat betekent dat je voor het volgen van een bepaalde opleiding recht hebt om studiefinanciering te vragen voor het aantal ?studiepunten? dat die opleiding bedraagt. Dat krediet wordt gespreid over meerdere academiejaren. In het kader van levenslang leren heeft iedereen recht op een studiefinancieringskrediet dat bestaat uit twee bachelorkredieten, een masterkrediet, een jokerkrediet (voor een bisjaar) en telkens een krediet voor het volgen van een voorbereidingsprogramma, een schakelprogramma en een lerarenopleiding. Om een studiefinanciering te krijgen moet je dus geslaagd zijn in het voorbije academiejaar.
Je kunt immers maar eenmaal de ?joker? aanspreken voor een bisjaar.
Een voltijds studietraject komt ongeveer overeen met 60 studiepunten; een halftijds traject met 30. Vanaf academiejaar 2005-2006 kun je je inschrijven in een flexibel traject waar ook studiepunten worden aan toegekend. Maar om van studiefinanciering te kunnen genieten moet je ingeschreven zijn voor minimaal 30 studiepunten. Per academiejaar kun je voor maximaal 60 studiepunten studiefinanciering krijgen.
JAARINKOMEN BEGRENSD
Om na te gaan of je in aanmerking komt voor een studiefinanciering wordt rekening gehouden met de ?leefeenheid? waartoe je behoort. Met andere woorden: het belastbaar inkomen van de student of van zijn ouders, in functie van de personen ten laste, mag niet boven een welbepaalde grens uitkomen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen personen ten laste van de ouders, studenten ten laste van andere natuurlijke personen, de gehuwde of wettelijk samenwonende student, de zelfstandige student en de alleenstaande student (bijvoorbeeld een wees). Aan elke vorm van leefeenheid wordt een puntentotaal toegekend van 0 tot 10. Elk puntentotaal komt overeen met een maximale inkomensgrens waarboven geen studiefinanciering meer wordt verleend (zie kader).
Om na te gaan of je recht hebt op studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap wordt gekeken naar het inkomen van twee jaar voor het huidige academiejaar: inkomen 2003, aanslag 2004 dus. Dat is het meest recente jaar waarvoor een aanslagbiljet beschikbaar is. Het inkomen dat verworven wordt in het buitenland of bij een Europese of andere instelling wordt vastgesteld op basis van attesten van de buitenlandse belastingdienst, werkgevers of andere instellingen. Indien er grote wijzingen optraden in de recente periode voor het nieuwe academiejaar dan kan rekening gehouden worden met het ?vermoedelijke? inkomen van 2005. Die aangifte wordt uiteraard nagekeken wanneer de concrete gegevens beschikbaar zijn.
Wanneer het referentie-inkomen voor meer dan 70 procent bestaat uit een vervangingsinkomen zoals werkloosheidsvergoeding, ziektevergoeding of brugpensioen (niet de normale pensioenen), dan wordt van die som nog een forfaitair bedrag afgetrokken. De berekening van die inkomensgrens gebeurt in schijven.
Behalve met het normale inkomen (inclusief vervangingsinkomen) wordt ook rekening gehouden met het kadastraal inkomen.
WELKE BEDRAGEN KAN IK ONTVANGEN?
De volledige studiefinanciering voor een kotstudent, wanneer je voor 60 studiepunten financieringsgerechtigd bent, bedraagt maximaal 3.121,17 euro, een nietkotstudent zal in hetzelfde geval 1.873,31 euro ontvangen. Is het inkomen kleiner dan of gelijk aan 10 procent van de maximumgrens, dan heb je misschien recht op een uitzonderlijke studietoelage. Daartegenover staat een maximale studietoelage van 4.202,24 euro voor kotstudenten en 2.718,44 euro voor niet-kotstudenten die voor 60 studiepunten financieringsgerechtigd zijn. Wie minder dan 60 studiepunten op zijn actief heeft, zal een aangepast en herrekend bedrag ontvangen.
HOE DIEN IK EEN AANVRAAG IN?
Een aanvraagformulier voor studietoelage kun je verkrijgen bij je onderwijsinstelling of de sociale dienst van de hogeschool of universiteit. Je kunt je ook rechtstreeks richten tot de afdeling Studietoelagen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel. Je geeft best een kopie mee van het aanslagbiljet (inkomsten 2003- aanslag 2004) alsook een dubbel van de kadastrale inkomsten uit dat jaar. Als kotstudent voeg je een kopie van het huurcontract 2005-2006 bij. Een bewijs van diploma of het inschrijvingsbewijs bij een erkende onderwijsinstelling, een nationaliteitsbewijs en eventueel attesten uit 2005 die een ander inkomen en een andere leefeenheid moeten bewijzen, worden best meegegeven onmiddellijk bij de aanvraag. Op die manier kan de verwerking sneller gebeuren. Aanvragen voor het academiejaar 2005-2006 moeten worden toegestuurd voor 30 juni 2006, maar wie vlug handelt, zal ook snel bediend worden. Wie een studiefinanciering geniet, zal ook kunnen terugvallen op een verlaagd inschrijvingsgeld bij de onderwijsinstelling.