woensdag, augustus 31, 2005

Premie knelpuntberoepen

Elke leerling die een opleiding volgt voor een knelpuntberoep krijgt in 2005 en 2006 een premie van 250 euro. Voor de nijverheidsscholen komt er een tussenkomst van 200 euro per leerling om de basisuitrusting te verbeteren. Dat kondigde Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke aan.

De sp.a-minister zette op een persconferentie een aantal nieuwigheden voor het volgende schooljaar op een rijtje. Naast beide ingrepen kondigde de minister een initiatief aan om het probleem van de kost van het medisch onderzoek van stagiairs op te lossen. Voorts komt er een maatregel waardoor het voor scholen mogelijk wordt leerkrachten te vervangen die op bedrijfsstage gaan.

Vandenbroucke stond stil bij de uitdagingen en prioriteiten voor zijn beleid. Hij wees daarbij op enkele belangrijke vaststellingen. Zo blijken scholen met leerlingen met dezelfde sociale, economische en culturele achtergrond zeer verschillend te presteren. Ook presteren we ondermaats voor kinderen met een andere thuistaal.

Fiscaliteit bedrijfswagen

Meer dan 200.000 bedrijfswagens rijden er al rond op de Belgische wegen. En het ziet ernaar uit dat ze ook de komende jaren voer voor de files zullen blijven leveren. Begin deze week besliste de ministerraad tijdens een nachtelijk overleg dat aan het fiscaal statuut van de bedrijfswagens niet wordt geraakt. Je zou het niet zo meteen verwachten van een regering met een stuk of wat groene ministers die bijna 1,2 miljard euro moet vinden om een verlaging van de vennootschapsbelasting te financieren. Maar 180.000 kleine bedrijven, allemaal met een bedrijfsleider en soms enkele getrouwen die nu goeddeels op kosten van de fiscus rondtoeren in luxewagens, dat leg je als liberaal premier natuurlijk niet zomaar naast je neer.

De middenstand regeert het land, meer dan ooit tevoren. Nu probeert Gorky ons dat al wel langer aan het verstand te brengen, maar zo bruin als de jongste weken hebben we ze het toch nog maar zelden weten bakken. De manier waarop de middenstandsorganisatie NCMV, die zichzelf een tijdje geleden heeft omgedoopt tot de wat voornamer klinkende ,,Unie van Zelfstandige Ondernemers'' (Unizo), erin is geslaagd de hervorming van de vennootschapsbelasting op maat te snijden van haar klanten, is toch wel hallucinant. ,,Mag het iets meer zijn?''

Premier Guy Verhofstadt gaf maandag tijdens een persconferentie waarop de maatregelen werden voorgesteld, zelfs ongevraagd -- maar volmondig en meer dan één keer -- toe dat Unizo ervoor gezorgd heeft dat de grote bedrijven de verlaging van de vennootschapsbelasting moeten betalen. Neen, officieel natuurlijk niet, maar in de praktijk komt het daarop neer.

Het rijtje maatregelen waarmee de regering de verlaging van de vennootschapsbelasting budgettair wil compenseren is redelijk lang. En het zou ons te ver leiden om ze hier allemaal op te sommen. Net als de specifieke maatregelen die genomen werden om de kmo's het nog wat meer naar de zin te maken.

Bovendien zijn een paar minder leuke regeringsideetjes, zoals het afschaffen van de aftrekbaarheid van de rente die betaald wordt op geld dat de eigenaar zelf een bedrijf toestopt, op ,,miraculeuze'' manier uit het slotdocument verdwenen.

Maar de meest opvallende maatregel is er een die er niet gekomen is. Niet voor de kleine, maar evenmin voor de grote bedrijven in dit land. Het fiscaal statuut van de bedrijfswagens blijft onveranderd. ,,Dat is geen zaak voor de vennootschapsbelasting'', merkte de premier maandag op. Merkwaardig, want de groene ministers hadden er tot het laatste ogenblik een topprioriteit van gemaakt.

De maatregelen -- of het ontbreken ervan -- werden maandag dan ook voorgesteld door twee liberale (Verhofstadt zelf en Didier Reynders van Financiën) en één socialistische minister (Johan Vande Lanotte). Het vierde flesje vruchtensap bleef onaangeroerd in de perszaal van de premier.

Toegegeven, we rijden zelf met een bedrijfswagen. En, nog eens toegegeven, we zijn er heel blij mee. Trouwe lezers van deze rubriek weten dat we iets hebben met auto's. Wat het precies is dat ons aantrekt in die kist op vier wielen, hebben we nooit kunnen achterhalen. Psychologen zullen er allicht allerlei verwijzingen in zien naar omstandigheden uit onze jeugd. Twijfels aan de eigen mannelijkheid? Of is de macho in ons gewoon te krachtig?

Maar goed, we houden dus van autorijden. En toch moeten we van ons hart een steen maken en vaststellen dat de ministers een kans hebben laten liggen om het mobiliteitsprobleem en hun budgettaire noden gezamenlijk aan te pakken, zoals de groene ministers gevraagd hadden.

De enige maatregel die wat in de richting van de groene eisen lijkt te gaan, is de aftrekbaarheid van de verplaatsingskosten van en naar het werk voor personeel dat aan carpooling doet. Voortaan kan dat tot 50 kilometer enkele rit, dubbel zoveel als voorheen. De maatregel geldt ook voor personeel dat de fiets gebruikt. Maar we hebben het gevoel dat de kostprijs van de maatregel voor dit soort lange-afstandsfietsers wel heel beperkt zal blijven.

Maar het met rust laten van de bedrijfswagens gaat ook in tegen eerdere verklaringen van liberale eminenties. Zo zei minister Reynders van Financiën nauwelijks een week geleden nog in deze krant dat er een verschuiving zou komen van de voordelen in natura zoals bedrijfswagens, naar hogere lonen omdat die nu minder zwaar belast worden dan voorheen. ,,De drang naar steeds meer voordelen in natura was geen gezonde evolutie. Vele jonge kaderleden waren de laatste jaren meer geïnteresseerd in de kleur van hun wagen dan in de jobinhoud.''

,,Dit is voor mij geen groene maatregel'', voegde hij eraan toe. ,,Ik ben een echte liberaal. Ik zeg gewoonweg: geef de mensen een hoger loon in plaats van al die voordelen, dan kunnen ze zelf kiezen waaraan ze het besteden.'' Het Amerikaanse voorbeeld dus, waar bedrijfswagens nagenoeg onbestaande zijn. Ze passen niet in de Amerikaanse cultuur die aan iedereen de keuze laat met welke auto hij of zij wil rijden.

Reynders' voorspelling kwam dus niet uit. Maar erger is het voor de groenen. Bij hun achterban leven in dit verband veel meer uitgesproken verwachtingen. En het is niet de eerste keer dat de groenen op mobiliteitsvlak in het zand bijten. Bijna een jaar geleden, begin mei om precies te zijn, werd beslist het privégebruik van een bedrijfswagen door de fiscus niet automatisch op 12.000 kilometer per jaar te laten schatten.

De werkgroep Mobiliteit van de Senaat schrapte toen de verhoging van het aantal (belastbare) privé-kilometers van 5.000 tot 12.000 per jaar op het laatste nippertje uit zijn resolutie.

De meeste gebruikers van bedrijfswagens worden nu nog belast op een privégebruik van 5.000 kilometer per jaar, verplaatsingen van en naar het werk inbegrepen.

Voor de meest begeerde bedrijfswagens (Volkswagen, Renault, Audi, BMW en Opel) met dieselmotor (75 procent van het totaal) zou een forfaitaire verhoging van het veronderstelde privégebruik tot 12.000 kilometer een toename betekenen van het belastbaar voordeel met ongeveer 2.000 euro. Dat betekent in het gros van de gevallen een belastingverhoging met ongeveer 1.200 euro per jaar of 100 euro per maand.

Het snel toenemend aantal gebruikers van bedrijfswagens moet echter nog niet te snel een zucht van verlichting slaken. De werkgroep haalde bakzeil, zoveel is duidelijk. En de regering besloot de afgelopen weken opnieuw het statuut van de bedrijfswagens ongemoeid te laten.

In de praktijk komt dat er echter vooral op neer dat er langs de kant van de vennootschappen niets verandert. De kosten van bedrijfswagens blijven voor hen aftrekbaar, net als de brandstof.

Maar de gebruiker van de bedrijfswagen zit, ondanks alle geruststellende geluiden die er nu weer klinken, niet echt op rozen. Gelukkig, zo blijkt uit een onderzoek van een groot leasingbedrijf, is zevenenzestig procent van de bedrijfswagenbestuurders bereid desnoods meer belastingen te betalen om het voordeel van de bedrijfswagen maar niet te verliezen.

Gelukkig inderdaad, want de fiscus heeft niet gewacht op de Senaat en begon bijna drie jaar geleden al een offensief dat begint te leiden tot een geleidelijke verhoging van de belasting op het voordeel in natura dat een bedrijfswagen biedt.

Op nauwelijks tien jaar tijd is het aantal bedrijfswagens op onze wegen ruim verviervoudigd. Dat zijn niet allemaal bijkomende auto's. Maar er zitten nu wel honderdvijftigduizend chauffeurs extra achter het stuur, die hun auto niet kunnen inruilen voor het openbaar vervoer. Je kan moeilijk met de trein, tram of bus naar je werk komen als de baas een wagen ter beschikking stelt die je geacht wordt te gebruiken voor je beroepsverplaatsingen. Elke dag trotseren zij de files, zelfs als ze een sneller en vlotter alternatief hebben.

Bovendien zijn de meeste van die auto's een onderdeel van het loon, dat op die manier fiscaal wat minder wordt aangevreten. Ook de sociale zekerheid viste achter het net. Tot 1 januari 1997. Toen voerde de overheid een patronale solidariteitsbijdrage van 33 procent in op het gratis privégebruik van een bedrijfswagen.

Zij verwachtte voor dat jaar een opbrengst van ten minste 100 miljoen euro, maar een flink jaar later bleek dat de RSZ nauwelijks meer dan een derde (35 miljoen euro) van dat bedrag had geïncasseerd.

De overheid stak haar licht op en kwam tot de conclusie dat in heel wat bedrijfsakkoorden -- dat zijn overeenkomsten tussen de fiscus en individuele ondernemingen over de basis waarop de verschuldigde belasting wordt berekend -- bedrijfswagens te makkelijk wegkomen. Het voordeel in natura dat ze de gebruiker ervan bieden, wordt met andere woorden te licht ingeschat.

De inspectiediensten van de RSZ stelden al te vaak vast dat de bijdrage gewoonweg berekend wordt op het minimum aantal privé-kilometers dat de wet bepaalt (5.000 per jaar), zonder te kijken naar het werkelijk aantal verreden privé-kilometers. In die 5.000 kilometer zit bovendien de dagelijkse rit van en naar het werk. Als sommigen meer belast worden, is dat vaak uitsluitend omdat die rit alleen al op een hoger aantal kilometers komt te staan.

De fiscus heeft daarom de controles verscherpt om te komen tot een strengere toepassing van de wet van 1 januari 1997. Daarbij treedt een nieuwe generatie belastingcontroleurs aan die zich vastbijt in het dossier. ,,De fiscus beseft dat de bedrijfswagens een vrij gemakkelijk doelwit vormen'', klinkt het steeds meer in de sector van de fleet-managers. ,,De administratie treedt duidelijk strenger op.''

De fiscus probeert eerst en vooral inzicht krijgen in de reële situatie bij de bedrijven. De controleurs eisen dat veel meer gegevens dan in het verleden worden bijgehouden. Bedrijven die de gevraagde informatie niet kunnen verstrekken, komen voorlopig niet in aanmerking voor nieuwe bedrijfsakkoorden en riskeren zelfs een ambtshalve aanslag.

Anderzijds wil de fiscus nieuwe afspraken maken waarin ook de administratie zich voor langere tijd -- tot zes jaar -- engageert om de spelregels niet te veranderen. Door die ,,ruling'' wil de fiscus de bedrijven meer zekerheid bieden. Maar wel tegen minder interessante voorwaarden.

Bij de nieuwe bedrijfsakkoorden die sinds een jaar of twee uit de bus komen, wordt het aantal geschatte privé-kilometers (inclusief de verplaatsingen woon-werk) systematisch opgetrokken tot minstens 7.000 of 8.000 kilometer. En volgens de door ons ondervraagde managers van bedrijfswagenparken komen de 10.000 tot 12.000 kilometer per jaar er op die manier toch aan, zelfs voor iemand die op enkele kilometer van het werk woont.

Een variante is de opsplitsing tussen zuivere privé-kilometers, die nog steeds geraamd worden op 5.000 kilometer per jaar, maar dan exclusief de verplaatsing van en naar het werk. Voor iemand die op vijftien kilometer van kantoor woont, komt dat globaal al gauw uit op meer dan 10.000 kilometer belastbaar per jaar.

Eén categorie gebruikers kan mogelijk gedeeltelijk ontsnappen: tweeverdieners die allebei over een bedrijfswagen beschikken. Zij kunnen argumenteren dat hun echte privé-kilometers gespreid moeten worden over de twee auto's. Je gaat immers niet met twee wagens op vakantie en voor de boodschappen neem je toch systematisch die auto met de handige vijfde deur, niet de limousine.

Aan minstens 5.000 kilometer per auto zullen ze niet ontkomen, maar voor het gedeelte daarboven loont het de moeite om eens met de personeelsdienst te gaan praten. Of wie onderhandelt er bij jullie met de fiscus?

dinsdag, augustus 30, 2005

Geld

Weetje: wereldwijd wordt er meer Monopoly-geld gedrukt dan echt geld.

maandag, augustus 29, 2005

Lager BTW-tarief op stookolie

PS-voorzitter Elio Di Rupo heeft in Seraing gepleit voor een verlaging van het BTW-tarief op stookolie van 21 naar 12 procent. Dat moet de dure energiefactuur door de hoge olieprijzen helpen verzachten. De PS wil voorts dat de federale regering onverwijld maatregelen neemt die de werkgelegenheid opkrikken.

'De PS verwacht van de regering dat ze vernieuwende en structurele maatregelen neemt die werk creëren en die de solidariteitsmechanismen versterken. De PS wil niet nog eens een of twee jaar wachten. In functie daarvan zullen we een oordeel vellen over de beleidsverklaring van de premier', zei Di Rupo.

Lonen

De Franstalige socialisten schoven vrijdag hun sociaal-economische prioriteiten naar voren. Er kan volgens hen alvast niet geraakt worden aan de indexering van de lonen. Daarnaast moet de verlaging van de sociale lasten - die de PS niet in vraag stelt - gericht zijn op de laagste lonen en dient een structurele alternatieve financiering te worden uitgewerkt voor de sociale zekerheid en 50-plussers.

Vermogensbelasting

Di Rupo wil tevens komaf maken met het taboe dat bestaat rond de invoering van een billijke heffing op inkomens uit kapitaal. Het is volgens de sterke man van de PS niet langer aanvaardbaar dat alleen werkenden bijdragen tot de financiering van de sociale zekerheid. 'Dat is een eis van de PS', voegde hij eraan toe.

Stookolie

De voorzitter maakt zich voorts zorgen over de hoge brandstofprijzen en wil dat de regering bij de Europese Commissie tussenkomt en maatregelen vraagt om de markt beter te omkaderen, zoals dat nu al gebeurt voor de gas- en elektriciteitsmarkt.

Om de energiefactuur wat draaglijker te maken, pleit de PS daarom voor een daling van het BTW-tarief op stookolie van 21 naar 12 procent. In afwachting daarvan moet er een cliquetsysteem komen op de BTW-inkomsten uit petroleumproducten. En het verschil in prijs tussen grote en kleine leveringen dient te verdwijnen.

zaterdag, augustus 27, 2005

Belg besteedt meer geld aan vakantie

Belgen gaven in de twaalf maanden voor eind maart 6,4 miljard euro uit aan vakanties in binnen- en buitenland. Dat is 6 procent meer dan in dezelfde periode twee jaar eerder. De reissector groeit ondanks de zwakke economie. 'Reizen wordt meer en meer een basisbehoefte.'

De cijfers over de gestegen reisuitgaven komen uit een studie van het West-Vlaamse toeristisch adviesbureau WES. Dat doet al sinds 1982 onderzoek naar het reisgedrag van de Belgen.

De stijging van de reisuitgaven geldt zowel voor de lange als voor de korte vakanties. Het aantal lange vakanties (minstens vier nachten) steeg in 2004 met bijna 80.000 eenheden tegenover twee jaar eerder, tot 9,9 miljoen. Het aantal korte vakanties steeg met 200.000 eenheden tot 4,9 miljoen. Ook het gemiddelde budget voor de korte vakanties (+11%) groeide sneller dan dat voor de lange vakanties (+5%).

WES-directeur Rik De Keyser verwacht dat vooral het aantal korte vakanties in de komende jaren nog voort stijgt. De gestegen reisuitgaven van Belgen zijn opmerkelijk gezien de onzekere economische omgeving.

vrijdag, augustus 26, 2005

Vraag naar LPG-installatie

De bouwers van LPG-installaties worden naar eigen zeggen overstelpt met aanvragen van automobilisten die hun voertuig op de veel goedkopere brandstof willen laten rijden.

Chauffeurs moeten nu maanden wachten voor hun auto aan het milieuvriendelijke LPG-gas wordt aangepast. De tachtig erkende installateurs verwachten dat er dit jaar ruim 10.000 auto's op gas overschakelen.

In België rijden 52.640 auto's op LPG, of 1,1 procent van het totale wagenpark. Het gas is vrij van accijnzen en kost slechts 35 cent per liter. Een benzinemotor op gas verbruikt ongeveer tien tot vijftien procent meer en de installatiekosten bedragen gemiddeld 2.200 euro, maar het prijsvoordeel blijft groot.

,,Over een periode van vijf jaar kan een LPG-auto moeiteloos 8.000 euro besparen in vergelijking met een benzineauto'', zeggen installateurs.

donderdag, augustus 25, 2005

Gratis bellen

Bellen is in Vlaanderen vandaag gratis, of zo goed als. Tenminste, als u de reclame gelooft en ervan uitgaat dat de speciale aanbiedingen eeuwig blijven gelden. Digitale televisie is trouwens ook gratis. Want bij Telenet betaalt u er geen euro extra voor, zo klinkt het. En bij Belgacom betaalt u, voorlopig, helemáál niks voor digitale tv (als u de 40 euro per maand ADSL-aansluiting, 17 euro telefoonlijn, 6 euro huur van de decoder en zo'n 200 euro eenmalige kosten niet meerekent).

Natuurlijk is niet alles wat het lijkt. Bijvoorbeeld: nergens op de websites van Telenet of Belgacom staat dat uw videorecorder of uw pas gekochte digitale harddiskrecorder die nieuwe digitale televisiekanalen niet kan opnemen, behalve het kanaal waar u op datzelfde moment naar aan het kijken bent. Dat ontdekt u achteraf snel genoeg, schijnen Belgacom en Telenet te denken.

De telefoonprijzen zijn ook niet wat ze lijken. De promoties slaan op bellen van een vaste telefoon naar een andere vaste telefoon tijdens de daluren. Belt u naar een mobiel nummer, dan schiet de prijs tienvoudig en meer omhoog. En er zijn steeds meer mensen die alleen maar op een mobiel nummer gebeld kunnen worden, omdat zij geen vaste lijn meer hebben. Weg besparing. Mobiel bellen is en blijft namelijk onvoorstelbaar duur. De mensen die hun vaste lijn laten vallen, doen dat zelf op basis van misleidende reclame. Base vertelt hen dat ze dan goedkoper af zijn. En dat klopt: vanaf Base bel je relatief goedkoop - maar je vrienden betalen wel véél meer om jou te kunnen bellen. Een Base-abonnement is dus een handige truuk om uw vrienden en familieleden uw telefoonrekening te doen betalen. Dat klinkt al wat minder sympathiek dan ,,freedom of speech''.

Even een internationaal vergelijkingspunt. In Italië levert Fastweb zijn klanten Internet (10 megabit per seconde), digitale televisie en een telefoonlijn (met 150 gratis belminuten), voor 25 euro per maand. Dat noem ik goedkoop. Fastweb is het voorbeeld dat in heel Europa gezorgd heeft voor hooggespannen verwachtingen rond triple play (dat is telefoon, televisie en internet in één voordeelpakket). Sommigen, ook in Belgische overheidskringen, geloven dat we in België dezelfde scherpe prijzen zullen krijgen voor triple play. Onwaarschijnlijk, want triple play wordt in ons land zowat het alleenrecht van een bedrijf dat de televisiemarkt al controleert, namelijk Telenet. Met een tweedeplansrol voor Belgacom, ook een bijna-monopoliehouder. Zij verzetten zich met hand en tand tegen het toelaten van andere aanbieders op hun netwerken, en schijnen daarin te slagen.

Daardoor zou de prijzenoorlog voor telefonie wel eens van korte duur kunnen zijn. De huidige prijzen zijn alleen vol te houden voor bedrijven met een eigen netwerk, Belgacom en Telenet, en dan nog liefst als ze die goedkope telefonie kunnen vasthaken aan meer lucratieve abonnementen (internet en televisie).

Nochtans is het onafwendbaar dat telefonie zo goed als gratis zal worden. Even rekenen. Breedband internet kost zo'n 40 euro per maand voor 10 gigabyte aan gegevensverkeer. Als je een telefoontje over dat internet transporteert (zoals je vandaag doet als je belt met Skype), neemt dat ongeveer 16 kilobit per seconde in beslag. Aan puur gegevenstransport kost bellen dus 1 cent voor twintig minuten, honderd keer minder dan u nu betaalt. Ter vergelijking: een televisiekanaal bij Belgacom's digitale tv vergt 4 megabit per seconde - 250 keer meer dus.

Uiteraard zijn er andere kosten. Buitenlandse aanbieders als Skype of kleine plaatselijke als RealRoot en Calligator, beginnen nu telefoondiensten over het internet aan te bieden, zogenoemde Voice over IP , zo goed als gratis. Maar Skype wordt door de Belgische regelgever niet als een telefoondienst beschouwd. Het is daarom niet gebonden aan een lange reeks dure technische verplichtingen, zoals de mogelijkheid om de locatie van een beller te kunnen doorgeven aan de nooddiensten. Dat kan niet blijven duren. In Amerika, waar Voice over IP telefoonbedrijven als Vonage al miljoenen klanten hebben, loopt die vrijbuitersperiode nu op zijn einde. Echt gratis bellen kan dus een tijdelijk fenomeen blijken.

Gratis telefonie is trouwens geen onverdeelde zegen. Om de haverklap zult u gebeld worden door een computerstem die een reclameboodschap leest. Hopelijk voor een min of meer legaal en fatsoenlijk product - maar daar zou ik niet te veel op rekenen, als ik naar de spam in mijn e-mail kijk. U zult daarom verplicht zijn uw telefoonnummer geheim te houden, wat telefoonboeken nutteloos zal maken. Alles heeft zijn prijs.

woensdag, augustus 24, 2005

Fiscaal voordeel kinderopvang

Kiest u voor erkende kinderopvang dan mag u per dag dat u kinderopvang betaalt tot ? 11,20 fiscaal aftrekken van uw inkomsten. De belastingbesparing die u daarop realiseert, loopt op tot ? 5 à ? 5,5 per volledige opvangdag. Dat kan op jaarbasis al snel een besparing opleveren van ? 1.000. Door de wet van 6 juli 2004 zijn de opvangkosten vanaf 2005 bovendien aftrekbaar voor kinderen tot 12 jaar! Die verhoogde opvangkosten kan u echter pas voor het eerst invullen op de belastingaangifte van juni 2006.

Erkende opvang

Heeft u kleine kinderen, dan kan u recht hebben op een belastingaftrek voor de kosten voor kinderopvang. Met enkele voorwaarden moet u hierbij wel rekening houden.
  • U moet uw kind toevertrouwen aan een crèche of onthaalgezin, erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door 'Kind en Gezin'. Sinds dit jaar komen ook de scholen daarbij, voor de naschoolse kinderopvang. U krijgt van de opvang of school dan elk jaar een fiscaal attest waarop de betaalde opvangkosten staan vermeld.
  • U moet voldoende beroepsinkomsten hebben om voor de aftrek in aanmerking te komen. Dit wordt wel erg ruim opgevat. Ook pensioenen, achterstallige uitkeringen, vervangingsinkomsten,... zijn toegelaten.
  • Het kind waarvoor de opvangkosten worden aangegeven mag maximum 12 jaar oud zijn. De aftrekbaarheid loopt tot de twaalfde verjaardag van het kind. Wordt uw kind bijvoorbeeld twaalf jaar op 1 juli van dit jaar dan kan u volgend jaar voor de helft van dit jaar nog opvangkosten aangeven. Tot vorig jaar gold de aftrekbaarheid maar tot 3 jaar. De verruimde aftrekmogelijkheid geldt vanaf aanslagjaar 2006, voor de kosten die dit jaar worden gemaakt.

Sinds 2001 is per oppasdag een maximumbedrag van ? 11,20 aftrekbaar op uw belastingaangifte. Of uw kind hele of halve dagen wordt opgevangen, speelt daarbij geen rol. Voor wie alle dagen uit werken gaat kan deze fiscale aftrek aardig oplopen. Wie 200 dagen per jaar opvang nodig heeft, komt aan een aftrek van ? 2.240 per jaar en per kind wanneer het bedrag van ? 11,20 (of meer) per dag ook effectief wordt betaald. Betaalt u sommige dagen minder dan dit maximum, bijvoorbeeld omdat uw kind slechts halve dagen wordt opgevangen, dan kan u slechts het werkelijk betaalde bedrag opgeven voor die dag. Het aangegeven bedrag wordt proportioneel verdeeld over beide partners in verhouding tot hun inkomsten. De belastingbesparing hangt dus af van de marginale belastingvoet van beide partners. Die kan oplopen tot 50 procent van het opgegeven bedrag.

Forfait

Kiest u voor een niet-erkende opvang of voedt u uw kinderen zelf op dan kan u bij de fiscus geen opvangkosten inbrengen. Maar u geniet dan wel van een ander fiscaal voordeel voor kinderen beneden de drie jaar. Daartoe moet u in het eerste vak van de aangifte (personalia) vermelden hoeveel kinderen u heeft beneden de drie jaar waarvoor u geen opvangkosten aangeeft. Bij de partner met het hoogste inkomen wordt dan bijkomend ? 450 (aanslagjaar 2005) van het inkomen vrijgesteld van belastingen (geïndexeerd tot ? 460 voor aanslagjaar 2006). De belastingvermindering waarvan u geniet, bedraagt 25 tot 45 procent van dit bedrag, afhankelijk van het aantal kinderen dat u ten laste heeft, en is daarmee verre van spectaculair. Het is doorgaans dan ook kleiner dan dat van erkende kinderopvang. Wanneer de werkelijke opvangkosten in een bepaald jaar erg laag liggen, bijvoorbeeld tijdens het geboortejaar van het kind, kan deze forfaitaire vrijstelling toch voordeliger uitvallen dan de opgave van uw werkelijke kosten. Een computerberekening kan u helpen de voordeligste keuze te maken. Hou er wel rekening mee dat u enkel voor dit forfait in aanmerking komt wanneer uw kind op één januari van dit jaar nog geen drie jaar oud was. Werd uw kind drie jaar in de loop van 2004 dan mag u op de aangifte van 2005 dus enkel de werkelijk betaalde kosten opgeven.

dinsdag, augustus 23, 2005

Belastingaangifte : Tax-on-web

De elektronische belastingaangifte Tax-on-web heeft het voorbije weekend niet naar behoren gewerkt omdat het 'token' van het systeem was verstreken en op zaterdag en zondag niet kon worden vernieuwd. Dat meldt het kabinet van minister van Financiën Didier Reynders.

Het 'token' is een elektronische kaart die veiligheidscodes levert voor de toegang tot Tax-on-web. Dankzij dat systeem kan de belastingbetaler zijn aangifte invullen en versturen via internet.

Sinds maandag is het probleem verholpen en werkt het systeem weer naar behoren, aldus de FOD Financiën.

maandag, augustus 22, 2005

5,95 procent bij Deutsch Bank

Terwijl de meeste banken in België op 1 augustus de rente op het spaarboekjes hebben verlaagd, pakt Deutsche Bank België uit met een kortstondige commerciële stunt.

Dat schrijft La Dernière Heure. Tot 15 september biedt Deutsche Bank de spaarder voor elke nieuwe storting van minstens 10.000 en maximaal 40.000 euro een netto-rente van 5,95 procent (bruto 7 procent). Let wel, deze fors hoge rente geldt slechts drie maanden. Daarna valt de rente op de spaarrekening opnieuw terug naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van andere banken.

Tijdens die drie maanden hoopt Deutsche Bank de nieuwe klanten te kunnen overtuigen om hun geld daarna elders in de bank te investeren, bijvoorbeeld in beleggingsfondsen. Ter vergelijking, de rente op het spaarboekje bij de meeste grootbanken bedraagt vandaag 1,75 procent, aangroei- en getrouwheidspremie inbegrepen.

Schulden Belgische gezinnen

De Belgische gezinnen sparen minder dan vroeger en hebben meer schulden dan ooit tevoren. Geld lenen is erg verleidelijk, want de rente is historisch laag. Meteen rijst de vraag of wij ons te diep in de schulden steken. Voorlopig kunnen de meeste particulieren hun verplichtingen gemakkelijk nakomen. Een sterke rentestijging zou pijn doen, maar zelfs in dat geval hoeven we niet voor grote problemen te vrezen.

De gezinnen ontleenden in het eerste kwartaal bijna 5 miljard euro. Het is de eerste keer dat zij zoveel lenen in een periode van drie maanden. Daardoor steeg de uitstaande schuld tot 128,5 miljard euro, ook al een record. Bovendien zijn de particulieren minder spaarzaam dan vroeger. In 2004 spaarden de gezinnen 14 procent van hun netto-inkomen. Het is ten minste twintig jaar geleden dat de spaarquote nog zo laag was.

Sommige financiële instellingen spelen in op deze trends en bieden nieuwe kredietformules aan. AXA Bank bijvoorbeeld voert sinds enkele maanden promotieacties om de verkoop van consumptiekredieten te bevorderen. In juni werd de vakantielening gelanceerd en in juli de koopjeslening. Deze en volgende maand kunnen gezinnen met schoolgaande kinderen een terug-naar-schoollening afsluiten. Die consumptiekredieten hebben een looptijd van één jaar.

Volgens de financiële rekeningen van de Nationale Bank zijn echter vooral de woonkredieten verantwoordelijk voor de stijgende schuld van de gezinnen. Het uitstaande bedrag van de hypothecaire leningen groeide in het eerste kwartaal met 1,9 miljard tot 89,4 miljard euro. De hypothecaire schuld is bijna dubbel zo groot als tien jaar geleden.

Een van de redenen waarom de particulieren zich steeds dieper in de schulden steken, is dat woningen zeer duur zijn geworden. De woningprijzen stegen vorig jaar met 6,8 procent, maar er zijn geen aanwijzingen dat vastgoed overgewaardeerd is. De omvang van de gemiddelde hypothecaire lening groeide in 2004 met 9,6 procent tot iets meer dan 110.000 euro.

zondag, augustus 21, 2005

Dure olie stimuleert aankoop dieselauto's

De hoge brandstofprijzen doen Belgen massaal overschakelen naar dieselauto's. Procentueel kochten nog nooit zoveel Belgen een dieselauto als in de eerste zeven maanden van dit jaar. Van alle nieuw ingeschreven personenwagens heeft 72 procent een dieselmotor, tegen amper 28 procent benzinemotoren. In België rijden procentueel het meeste dieselauto's van Europa, schrijft De Tijd.

'Het percentage ingeschreven dieselauto's was in België nog nooit zo hoog', zegt Peter Gemoets, woordvoerder van de autosectorfederatie Febiac. Febiac verwacht bovendien dat de trend naar meer dieselauto's aanhoudt.

Vier jaar geleden lag het percentage dieselinschrijvingen in België nog op 63 procent tegenover 37 procent benzinemotoren. Dat het vandaag gestegen is naar 72 procent (229.164 auto's in de eerste zeven maanden van 2005), komt volgens Febiac door de gestegen brandstofprijzen.

zaterdag, augustus 20, 2005

Groepsverzekering

De federale minister van Pensioenen, Bruno Tobback (sp.a), wil niet dat wordt geraakt aan de gewaarborgde minimumrente voor groepsverzekeringen. Die verzekeringen behoren tot de zogenaamde tweede pensioenpijler, die erop is gericht werknemers bovenop het wettelijke pensioen een extra pensioen te bezorgen. Die vorm van pensioensparen via de werkgever moet mee de druk op het wettelijke pensioen opvangen. De vergrijzing doet de vrees toenemen dat de overheid het mes zal moeten zetten in de pensioenen die ze uitkeert.

Om er zeker van te zijn dat de minimumrente voor groepsverzekeringen niet daalt, pleit Tobback voor een nieuwe manier om de minimumrente vast te leggen. Hij reageert daarmee op de plannen van de federale minister van Economie, Marc Verwilghen (VLD). Die is ervoor gewonnen de maximumrente op individuele levensverzekeringen (tak21) naar beneden te herzien, of dat tarief te laten bepalen door een onafhankelijke organisatie als de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). Dat moet dan periodiek gebeuren in functie van een reeks objectieve, financiële parameters. Het maximumtarief voor tak21-levensverzekeringen bedraagt op dit moment 3,75 procent. 'Te hoog', roepen de verzekeraars al enkele jaren. De langetermijnrente die ze zelf kunnen verdienen door de ontvangen premies te beleggen, ligt vandaag ver onder die 3,75 procent. Uiteraard mogen ze onder dat tarief duiken, maar dat is commercieel en psychologisch niet zo gemakkelijk.

Het probleem is dat een eventuele tariefverlaging door Verwilghen ook gevolgen heeft voor de groepsverzekeringen, die tot Tobbacks bevoegdheden behoren. De Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) bepaalt dat de minimumrente op de groepsverzekeringen gelijk moet zijn aan de maximumrente op de tak21-producten. Beide dalen dus samen. Om dat te vermijden, wil Tobback de twee loskoppelen en autonoom de rente op groepsverzekeringen bepalen. 'Indien nodig' wil hij daarbij rekening houden met de informatie van de CBFA. Maar voorlopig is van een verlaging van de gewaarborgde rente geen sprake, verzekert zijn kabinet. En dat ondanks de historisch lage marktrente.

De houding van Tobback is ergens te begrijpen. Extralegaal pensioensparen moet worden aangemoedigd. België heeft nog een grote achterstand op buurlanden als Frankrijk en Nederland. Een verlaging van de minimumrente is dan niet meteen het juiste signaal.

Maar mordicus vasthouden aan een rente die geen rekening houdt met de marktomgeving en verzekeraars met verliezen dreigt op te zadelen, houdt ook gevaren in voor de spaarder. Om de verplichtingen aan hun spaarders na te kunnen komen, zochten de Japanse verzekeraars in het verleden hun toevlucht tot risicovolle vastgoedinvesteringen. Dat liep faliekant af. Aan een failliete verzekeraar die geen pensioenkapitaal meer kan uitkeren, heeft een spaarder ook niets.

vrijdag, augustus 19, 2005

Gratis sporen

De helft van de pendelaars met een abonnement spoort gratis naar het werk. De werkgever betaalt 80 procent en de overheid past de rest bij. Sinds begin dit jaar sloten al 1.114 bedrijven zo'n derdebetalerscontract.

Op dit ogenblik sporen 119.000 werknemers gratis naar het werk. Dat is iets minder dan de helft van het aantal werknemers dat een abonnement heeft voor de trip naar het werk. Dat staat te lezen in de VUM-kranten.

1.114 bedrijven hebben sinds begin dit jaar een derdebetalerscontract met de NMBS gesloten, waarbij de werkgever 80 procent van de abonnementsprijs op zich neemt en de overheid de rest bijpast.

De NMBS telt in totaal 420.000 klanten met een abonnement. Het gaat om 150.000 schoolabonnementen en 270.000 abonnementen voor pendelaars. Goed 44 procent van de abonnementen naar het werk wordt dus betaald door de overheid en de werkgever.

De maatregel kostte de overheid 4,7 miljoen euro in 2004. Dit jaar trekt de overheid er 20,2 miljoen euro voor uit.

Stookoliefonds

Ongeveer 200.000 Belgische gezinnen komen vanaf 1 september in aanmerking voor een toelage uit het stookoliefonds. Dat heeft de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten bekendgemaakt.

Het stookoliefonds vergoedt mensen met een laag inkomen wanneer hun energiefactuur de pan uitswingt. Om in aanmerking te komen, moeten de gezinnen ten laatste twee maanden na de levering een toelage aanvragen bij het OCMW. De tussenkomst komt er voor leveringen tot 1.500 liter.

Het stookoliefonds is van 1 september tot 30 april actief en de maximumtoelage bedraagt 150 euro.

Het EBA-effect

De Belgen hebben massaal hun kapitaal op buitenlandse rekeningen teruggehaald naar ons land. Dat is af te leiden uit de forse stijging van de deposito?s bij ING België, de eerste grote bank die haar cijfers voor de eerste jaarhelft heeft uitgebracht.

De cliëntendeposito?s (vooral zichten spaarrekeningen) bij ING zwollen in een jaar tijd aan met maar liefst 14,4 miljard euro. Dat is een stijging met 23 procent. Bovendien nam het vermogen dat ING beheert voor haar klanten toe met bijna 6 miljard euro.

Dat wil zeggen dat er, tussen juni van vorig en van dit jaar, ruim 20 miljard euro vers geld naar de bank is gevloeid.

Luc Vandewalle, topman van ING België, windt er geen doekjes om. ?Dit hebben we voor een groot stuk te danken aan de eenmalig bevrijdende aangifte?, zei hij op een persconferentie.

Via de eenmalig bevrijdende aangifte (eba), beter bekend als de fiscale amnestie, kon de Belg tot eind vorig jaar zijn buitenlands zwart geld naar België terughalen en regulariseren bij de fiscus, mits hij een boete betaalde. Uiteindelijk werd er 5,7 miljard euro geregulariseerd en brachten de boetes de schatkist 496 miljoen euro op. Maar het wordt steeds duidelijker dat er, in het zog van het officieel geregulariseerde geld, nog een veelvoud aan wit of grijs geld is teruggevloeid naar ons land. Luc Vandewalle: ?De eenmalig bevrijdende aangifte was gunstig voor de Belgische economie, de staat én de banken.?

ING heeft nog twee andere indicaties voor het eba-effect. Er werden, net als bij de concurrentie, opvallend veel effectenrekeningen geopend, een 7.000-tal in de eerste helft van dit jaar. En ook de roerende voorheffing op buitenlandse effecten, die de bank doorstort naar de fiscus, zat in de lift.

Het eba-effect bij ING is waarschijnlijk representatief voor alle Belgische banken.

donderdag, augustus 18, 2005

Pensioensparen

Indien u nog een aftrekpost zoekt voor uw eerstvolgende belastingaangifte, moeten we u teleurstellen: u had de stortingen voor het pensioensparen voor 31 december 2004 moeten doen. Maar als u een goed voornemen zoekt voor 2005, dan kunnen we u het pensioensparen warm aanbevelen.

Het gaat om een wettelijk geregelde formule die toelaat om op een fiscaal gunstige manier een bijkomend pensioenkapitaal bijeen te sparen. Je hebt daarbij de keuze uit twee formules: het pensioenspaarfonds of de pensioenspaarverzekering. Die laatste is een soort speciale versie van de levensverzekering: ze biedt een gewaarborgd minimumrendement, die jaarlijks kan worden aangevuld met een winstbonus. De premies zijn aftrekbaar van de belastingen.

Het pensioenspaarfonds is dan weer een soort beleggingsfonds dat aan speciale regels is onderworpen. Omdat zo'n fonds in aandelen en obligaties kan beleggen, is het rendement ervan niet voorspelbaar en allerminst gegarandeerd. Maar de filosofie erachter is dat het opbouwen van een pensioenkapitaal per definitie een werk van lange adem is, en dat je op die lange termijn beter voor beursbeleggingen kan kiezen dan voor een vaste rente.

Die laatste stelregel lijkt alvast te kloppen als je kijkt naar de Belgische pensioenspaarfondsen van het eerste uur. Uit het overzicht hiernaast blijkt dat hun returns over 10 jaar oplopen tot 150 % of meer. Dat komt overeen met een gemiddeld jaarlijks rendement van bijna 10 % per jaar - u zal ver moeten zoeken naar een verzekeringsproduct dat meer kan bieden. En in dat rendement zitten ook de zwakke beursjaren van 2000 tot en met 2002. Dat de pensioenspaarfondsen - net als gewone aandelenfondsen overigens - desondanks minder populair zijn dan vastrentende producten, zal wel te maken hebben met de traditionele risico-aversie van de Belgische belegger.

Misschien kan het besef helpen dat je met een pensioenspaarfonds eigenlijk altijd wint, zelfs als de beurs het eens een jaartje minder goed doet. Dat komt doordat je het gestorte geld kan aftrekken van de belastingen - tegen de bijzondere gemiddelde aanslagvoet (30 tot 40 procent, afhankelijk van het inkomen), verhoogd met de gemeentelijke opcentiemen en de crisisbelasting. Op basis van het maximale bedrag dat je elk jaar in een pensioenspaarfonds kan storten - dit jaar is dat 620 euro - levert dat een gegarandeerde ,,winst'' op van 190 à 250 euro per jaar. De fiscale aftrek geldt voor iedere belastingplichtige die ouder is dan achttien jaar, en ook voor beide partners van een huwelijk.

Het zo bijeengespaarde kapitaal wordt op de zestigste verjaardag eenmalig belast tegen een relatief gunstig tarief. Indien je pas na je 55ste met pensioensparen bent begonnen, wordt het kapitaal belast op de tiende verjaardag van de eerste storting. Maar iemand die tijdig met pensioensparen is begonnen, heeft er alle belang bij om ook na zijn zestigste verjaardag nog premies te storten. Ze zijn dan aftrekbaar tot en met het jaar waarin je 64 jaar wordt .

woensdag, augustus 17, 2005

Belgen beleggen weer meer in buitenland

Belgische particulieren belegden in het eerste kwartaal 2,6 miljard euro netto in het buitenland. Daardoor steeg het buitenlands vermogen van de gezinnen tot 159 miljard euro. Dat blijkt uit cijfers van de Nationale Bank. De kapitaaluitvoer is opmerkelijk, want veel beleggers repatrieerden eind vorig jaar buitenlands spaargeld in het kader van de fiscale amnestie.

Particulieren repatrieerden in 2004 voor 5,9 miljard euro buitenlands spaargeld. In het vierde kwartaal alleen keerde 9,9 miljard euro terug, nadat de vorige kwartalen nog spaargeld naar het buitenland was weggevloeid. De repatriëring gebeurde voor een deel in het kader van de fiscale amnestie.

Ook andere factoren speelden een rol. Beleggers anticipeerden op de Europese spaarrichtlijn, die op 1 juli 2005 van kracht werd. Ze kunnen sindsdien de roerende voorheffing op obligaties niet meer omzeilen door coupons in het buitenland te innen. Aangezien vorig jaar slechts een klein deel van het buitenlands vermogen werd gerepatrieerd, werd verwacht dat ook begin dit jaar nog spaargeld zou terugkeren. Nu blijkt dat dat niet het geval was.

Loonkosten Belgische industrie

De loonkosten in de Belgische industrie zijn de op vier na hoogste ter wereld. Dat meldt De Tijd op basis van een vergelijkende studie van het Institut der deutschen Wirtschaft (IW) in Keulen. Niet zozeer het uurloon maar de bijkomende kosten voor de werkgever (sociale zekerheid, vakantiegeld, ...) liggen internationaal gezien vrij hoog.

Het IW, een gereputeerd Duits economisch onderzoeksinstituut, ging na hoeveel de industriebedrijven van 25 landen vorig jaar per gepresteerd arbeidsuur betaalden. Voor Duitsland maakt het een onderscheid tussen West- en Oost-Duitsland. De arbeidskosten bestaan uit enerzijds het uurloon, inclusief premies voor overuren en ploegenwerk, en anderzijds de aanvullende personeelskosten: bijdragen voor de sociale zekerheid, vakantiegeld, betaalde feestdagen, eindejaarspremie, beroepsopleiding ... De kostprijs van een arbeidsuur is volgens de Duitse economen een goede indicator van de concurrentiepositie van het betrokken land.

In België bedroeg het gemiddelde uurloon in de verwerkende nijverheid vorig jaar 13,16 euro. Dat is vergelijkbaar met Nederland, Zweden, Groot-Brittannië, Ierland en de Verenigde Staten, minder dan in Denemarken, Noorwegen, West-Duitsland en Zwitserland, en meer dan in Oostenrijk, Frankrijk, Japan, Spanje en Italië.

Systematisch sparen

AANDELEN zijn de langetermijnbelegging bij uitstek. Uit alle studies blijkt dat ze een hoger rendement bieden dan obligaties, op voorwaarde dat je er voor een voldoende lange termijn instapt. Want de koers van aandelen kan schommelen. Soms heel dramatisch, zoals de voorbije jaren ten overvloede bleek. De vraag is dus wanneer een gewone belegger, die niet met zijn neus op de markt zit en niet kan terugvallen op een rechtstreekse lijn met een beursmakelaar, moet kopen.
Het probleem van de ,,timing'' is uiterst complex. Wie met grote precisie kan inspelen op de grillen van de markt, wordt binnen de kortste keren schatrijk. Niet zonder reden hebben ,,daytraders'' er een volle dagtaak aan.

Maar daytraders nemen grote risico's. Niet alleen omdat ze vooral werken met speculatieve aandelen, maar ook omdat zij per definitie niet spreiden. Want spreiden betekent risico beperken en dat drukt op het potentieel rendement.

Maar ook de gewone belegger botst op het probleem van de timing. Wanneer koop ik bepaalde aandelen? Een pasklaar antwoord op die vraag heeft niemand. Specialisten zijn het er soms zelfs roerend over oneens wanneer een aandeel koopwaardig is. Gelukkig hebben de meeste particuliere beleggers onvoldoende tijd en vooral onvoldoende geld om individuele aandelen te kopen en op te volgen. Als zij verstandig zijn, nemen ze hun toevlucht tot beleggingsfondsen.

Timing van de aankopen wordt dan eigenlijk een vals probleem. Voor individuele aandelen kun je met wat moeite en veel tijd nog wel de betere van de slechtere aankoopmomenten onderscheiden. Maar de omslagpunten identificeren waarop de hele beurs - die je met een goed gespreide portefeuille toch probeert te benaderen - opveert of ineenzakt, is nagenoeg onbegonnen werk.

Systematische aankopen kunnen daarom een oplossing bieden. Door elke maand, elk kwartaal, elk (half)jaar... op hetzelfde ogenblik en voor eenzelfde bedrag deelbewijzen van je fonds(en) bij te kopen, beantwoord je de vraag naar de timing weliswaar niet, maar je omzeilt ze wel.

Het leuke van deze oplossing is dat je automatisch veel deelbewijzen koopt als de inventariswaarde (de koers van je fonds) laag staat en weinig als ze hoog staat. Door te kiezen voor een vast (of geïndexeerd) bedrag, beperk je dus automatisch je ambities als de beurs hoog staat en profiteer je vooral van goedkopere momenten.

Pensioensparen is een typisch voorbeeld van deze strategie. En niets belet je hetzelfde te doen zonder fiscaal voordeel en maandelijks of jaarlijks een vast bedrag in een goed gespreid beleggingsfonds te stoppen, als pensioenreserve. Want dat is toch het ultieme doel van elk langetermijnsparen.

dinsdag, augustus 16, 2005

Helft Vlaamse studenten doet vakantiejob

Van de zowat 303.000 Vlaamse studenten die een vakantiejob uitoefenen, klussen er 171.341 gemiddeld 16 vakantiedagen bij.
Een op de twee Vlaamse werkende studenten doet dat in de provincie Antwerpen en 86 procent van die studenten doet dat in een bedrijf dat als hoofdzetel de stad Antwerpen heeft. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

De privé-sector blijft de grootste werkgever. De vastgoedsector en bedrijven actief in verhuur en diensten aan bedrijven (45%) zijn de grootste afnemer van jobstudenten. De horeca komt pas op de vierde plaats, na de groot- en kleinhandel, de gemeenschapsvoorzieningen en sociaal-culturele en persoonlijke diensten.

Inschrijvingsgeld fiscaal aftrekbaar ?

De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) vindt het geen goed idee om inschrijvingsgelden aan hogescholen en universiteiten fiscaal aftrekbaar te maken. CD&V had dat vorige week voorgesteld om het hoger onderwijs te democratiseren.

De fiscale voordelen en de kinderbijslag kunnen beter rechtstreeks aan de student uitbetaald worden, vindt de VVS.

Voor niet-beursstudenten bedraagt het inschrijvingsgeld 512 euro aan de hogeschool en 505 euro aan de universiteit. Bijna-beursstudenten betalen respectievelijk 341 euro en 306,7 euro en voor beursstudenten bedraagt de inschrijving aan de hogeschool 100 euro en aan de universiteit 80 euro.

Volgens CD&V kunnen deze bedragen een drempel zijn voor het hoger onderwijs. Daarom hebben kamerleden Carl Devlies en Hendrik Bogaert een voorstel klaar dat de inschrijvingsgelden fiscaal aftrekbaar maakt. Enkel de sommen die effectief werden betaald voor de jaarlijkse eerste inschrijving komen in aanmerking, dus niet het inschrijvingsgeld voor een bis- of trisjaar.

De VVS is tevreden met de aandacht voor de financiële kost van voortstuderen, maar vindt het CD&V-voorstel niet de juiste maatregel om de democratisering te bevorderen. Fiscale aftrekken leveren in verhouding immers meer voordeel op voor de hoogste inkomensschalen. Bovendien komt een terugbetaling in de vorm van een fiscale maatregel bijna twee jaar na de kosten, stelt de koepel van de studentenraden van hogescholen en universiteiten.

De vereniging wijst er voorts op dat fiscale gunstmaatregelen vooral de ouders ten goede komen. Ze pleit daarom voor een systeem waarbij de studiefinanciering onafhankelijk van de ouders gebeurt. Het gaat daarbij om een basisbeurs voor elke student. ,,Een toelage voor de student heeft een veel groter democratiserend effect dan een fiscale meevaller die je ouders twee jaar later opstrijken", aldus nog de VVS.

Inkomsten Belgische overheid

FISCALE ONTVANGSTEN (GLOBAAL)

In de periode januari-mei van dit jaar lagen de fiscale ontvangsten 3,8 procent of 1,2 miljard euro hoger dan in dezelfde periode vorig jaar.

FEDERALE INKOMSTEN BTW-INKOMSTEN

De cijfers: in de eerste vijf maanden van het jaar lagen de BTW-inkomsten 2,2 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, ondanks een zwakke start bij het begin van het jaar.

De verklaring: het zijn vooral de BTW-inkomsten die begrotingsminister Johan Vande Lanotte (SP.A) deden suggereren dat de economen de groei te somber inzien. Volgens Ivan Van de Cloot (ING) moet er evenwel rekening gehouden worden met een vertragingseffect.

?Sinds 2002 vallen economische groei en BTWinkomsten niet meer samen, maar zit er een paar maanden verschil tussen.?

ACCIJNZEN

De hoge olieprijzen zorgen, zowel via BTW als accijnzen, voor hogere inkomsten voor de staat. Op termijn is dat echter nefast, omdat de hoge olieprijzen de economische groei afremmen. Vorige week nog besliste de regering om via de omgekeerde cliquet de accijnzen niet evenredig mee te laten stijgen met de olieprijs.

ROERENDE VOORHEFFING

De cijfers: tussen januari en juni van 2005 leverde de roerende voorheffing de schatkist bijna anderhalf miljard euro op. Dat is 13,6 procent meer dan in de eerste jaarhelft van 2004.

De verklaring: ?Dit cijfer wijkt echt af van de conjunctuur?, aldus Van de Cloot.

?Met de lage rente zou je een daling van de inkomsten verwachten. Dit is duidelijk een effect van de fiscale amnestie.?

VOORAFBETALINGEN BELASTINGEN

De cijfers: de vervaldag in juli 2005 voor de voorafbetalingen leverde 1,94 miljard euro op, of 11,5 procent meer dan vorig jaar. Voor de eerste zes maanden van 2005 is er een stijging van 8,8 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

De verklaring: ?Uit dit cijfer mag je echt niets afleiden?, zegt Van de Cloot. ?Voorafbetalingen zeggen helemaal niets over de economie en zijn zeer wisselvallig.?

ONROERENDE VOORHEFFING

Ook de stijging in de onroerende voorheffing zou een gevolg zijn van de fiscale amnestie. Gerepatrieerd geld is vaak in vastgoed geïnvesteerd, wat ook de stijging in de registratierechten verklaart (zie verder).

GEWESTELIJKE INKOMSTEN SCHENKINGSRECHTEN

De cijfers: het Vlaams Gewest incasseerde tussen januari en juli 2005 zo?n 113 miljoen euro aan schenkingsrechten.

Het jaar ervoor ging het om 61 miljoen euro, wat ook al een veelvoud van de voorgaande jaren was.

De verklaring: de boom in 2004 is zeker deels te verklaren door de fiscale amnestie, maar de trend zet zich ook dit jaar door. Op het kabinet van Vlaams begrotingsminister Dirk Van Mechelen (VLD) vermoedt men dat vooral de verlaagde tarieven aan de basis van de stijging liggen. ?Vroeger konden schenkingsrechten tot 80 procent oplopen, nu werken we met 3 en 7 procent.

Dat hebben mensen er blijkbaar voor over om officieel in orde te zijn.?

REGISTRATIERECHTEN

De cijfers: in de eerste zeven maanden van het jaar brachten de registratierechten 775 miljoen euro op, zo?n 15 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

De verklaring: ook hier zou de fiscale amnestie volop gespeeld hebben, evenals het feit dat registratierechten meeneembaar geworden zijn. Ook de hogere woningprijzen spelen een rol.

maandag, augustus 15, 2005

Inschrijvingstaks afgeschaft

De inschrijvingstaks voor een nummerplaat wordt vanaf 2006 afgeschaft.

Het zal dus niet meer nodig zijn fiscale zegels te kleven op de aanvraag voor een kenteken. Dat is een van de maatregelen van de nieuwe verkeerswet die in het Staatsblad verscheen.

Speciale kentekens - gemaakt volgens de wensen van de houders - blijven betalend.

Successierechten

De tarieven van de erfenisrechten variëren in ons land van gewest tot gewest. Woont u in Vlaanderen, dan valt u onder het meest gunstige statuut. Voor uw overlijden nog snel verhuizen naar het fiscaal voordelige Vlaamse gewest heeft echter weinig zin. Voor wie tijdens de laatste vijf jaar voor zijn overlijden in twee gewesten woonde, kijkt men immers naar het gewest waar de overledene tijdens de laatste vijf jaar het langst woonde. Houd er verder ook rekening mee dat enkel de woonplaats van de overledene telt. Waar de erfgenamen wonen, speelt dus geen enkele rol.

Vlaamse regeling

De berekening van de successierechten gebeurt trapsgewijs. Op de eerste schijf betaalt u het laagste tarief, voor de tweede schijf ligt het tarief al iets hoger en voor de derde schijf is het percentage het hoogst. Verder hangen de tarieven ook af van de verwantschap tussen de erflater en zijn erfgenamen. Tussen gehuwden, samenwoners en verwanten in rechte lijn (ouders, kinderen en kleinkinderen) gelden de gunstigste tarieven. Erfenissen tussen broers en zussen worden al zwaarder belast en tussen alle anderen, vreemden in fiscaal jargon, gelden de hoogste tarieven.

Maar niet enkel deze tarieven zijn belangrijk om de verschuldigde erfenisrechten te bepalen. Ook enkele andere regels, uitzonderingen en bijkomende bepalingen spelen een rol. Laat ons de drie belangrijkste even overlopen.

  • Tussen gehuwden, samenwoners en in rechte lijn wordt de belastingdruk op erfenissen in Vlaanderen gemilderd door de zogenaamde splitsing van de erfenis in een roerend en een onroerend gedeelte en worden beide stukken afzonderlijk belast. Of met een voorbeeld: erft u ? 50.000 onder de vorm van geld en ? 50.000 onder de vorm van een woning, dan begint men voor de berekening van de successierechten twee keer opnieuw vanaf nul. Dat betekent dat in dit voorbeeld het tarief beperkt blijft tot 3 procent, zowel voor de geld-erfenis als voor het onroerende gedeelte van de nalatenschap. Zouden beide stukken belast worden als één geheel dan was dit lage tarief slechts geldig geweest voor de helft van de nalatenschap (? 50.000) en zou het overige stuk belast worden tegen 9 procent.
  • Tussen echtgenoten en samenwoners, in rechte lijn en tussen broers en zussen wordt ieders erfdeel afzonderlijk bekeken om het toepasselijke tarief van de successierechten te bepalen. Wanneer niemand meer erft dan ? 50.000, is dus telkens terug het laagste tarief van toepassing. Bij erfenissen tussen 'vreemden' wordt de erfenis als geheel bekeken. De totaal verschuldigde successiebelasting wordt hier verdeeld over de verschillende erfgenamen in verhouding tot ieders erfdeel. Gezien de progressiviteit van de belastingschalen is dat uiteraard minder gunstig.
  • Verder geldt in rechte lijn, tussen gehuwden en samenwonenden ook een belastingvermindering voor erfgenamen wiens erfdeel beperkt blijft tot maximaal ? 50.000. De vermindering wordt berekend met volgende formule: belastingvermindering = ? 500 x (1 - (erfdeel/? 50.000)). Erven kinderen jonger dan 21 jaar van hun ouders, dan komt daarbovenop nog een vermindering van ? 75 per vol jaar dat hen nog scheidt van hun 21ste verjaardag. De langstlevende echtgenoot krijgt in zo'n geval nog een extra vermindering die de helft bedraagt van de verminderingen van alle minderjarige kinderen samen.
  • En tenslotte is het van belang te weten hoe het begrip 'samenwoners' is omschreven. Dat wordt in Vlaanderen vrij ruim geïnterpreteerd. Zowel wettelijk samenwonenden, dat zijn samenwoners die voor de ambtenaar van de burgerlijke stand een samenwoningsovereenkomst hebben ondertekend, als feitelijk samenwonenden, dat zijn de partners die sinds minstens één jaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren, worden hieronder begrepen.

Waalse en Brusselse regeling

In Wallonië en Brussel gelden andere tarieven voor de berekening van de erfenisrechten. Niet alleen liggen die doorgaans hoger, maar bovendien is hier ook geen sprake van een opsplitsing in een roerend en een onroerend deel. Merk wel op dat in Brussel voor erfenissen in rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden een aparte taxatie geldt voor de gezinswoning. Enkel voor de gezinswoning begint men in Brussel dus ook opnieuw vanaf nul en liggen de tarieven bovendien iets lager dan voor het overige gedeelte van de erfenis. Verder bestaan er ook grondige verschillen bij de berekening van de belastingvermindering die wordt toegekend voor erfenissen in rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwoners. Tenslotte wordt ook het begrip samenwoners verschillende gedefinieerd in de drie gewesten. In Wallonië is de omschrijving het strengst. Enkel wettelijk geregistreerde samenwoners die minsten één jaar samenwonen komen in aanmerking voor de lage tarieven van gehuwden. Bovendien zijn zijverwanten (broers, zussen, ooms, neven, nichten,...) in Wallonië altijd uitgesloten van het laagste tarief, ook al wonen ze wettelijk samen. In Brussel is de wetgever al iets milder. Weliswaar komen ook enkel wettelijk samenwonenden hier in aanmerking voor het gunsttarief van de gehuwden, maar van de vereiste dat ze minstens één jaar samenwonen is hier geen sprake. Samenwonende zijverwanten kunnen hier bovendien ook in aanmerking komen voor het laagste tarief. De Vlaamse definitie van samenwonend tenslotte, is zoals gezegd, het ruimst.

zaterdag, augustus 13, 2005

Alles gratis

FENOMEEN ? DE GRATISWINKEL

In Brooklyn, New York, heeft een eerste Amerikaanse variant van de kringloopwinkel de deuren geopend Stelen kun je er niet, want alles is gratis. ?Geven en nemen moet iets voor iedereen worden, in plaats van kopen en verkopen, anders maken we onszelf kapot.?

Ze is kunstenares en komt aan de kost als loodgieter. Maar, zei Jessica Baldwin, toen we haar de eerste keer ontmoetten: ?Daarnaast baat ik ook een winkel uit.

Iedereen mag er meenemen wat hij wil, zonder te betalen. En iedereen mag achterlaten wat hij wil, op voorwaarde dat het in goede staat is.?

Ze zag haar winkeltje als een kunstwerk, een permanent veranderende installatie.

En ook als een sociologisch experiment.

Aanvankelijk wou Jessica de winkel drie maanden openhouden. Dat is inmiddels al meer dan drie jaar geworden.

De grote gratisbusiness

Wereldwijd overleven meer dan twee miljard mensen met minder dan twee dollar per dag. In steden als Calcutta of Kinshasa zou een winkel als die van Jessica wellicht weinig toekomst hebben. Andere delen van de wereld verdrinken in de consumptiewaren.

Je hoeft maar naar de vuilnisbakken te kijken. In New York hebben mensen wel geld, maar ze zijn klein behuisd en gooien veel weg. Soms zie je goederen in ongeschonden verpakking in vuilnisbakken liggen.

Vorig jaar verscheen het boek Mongo: Adventures in Trashvan ene Ted Botha, met tips voor New Yorkers die op schattenjacht gaan in Manhattans ?dumpsters?, zoals de open containers voor huisvuil genoemd worden. Het is aanstekelijk. Een groeiend aantal stadsbewoners maakt er een hobby van. Ze vormen groepen om samen op strooptocht te trekken. Op de website dumpsterdiving.meetup.com vind je een lijst van 171 groepen, waarvan bijna een derde het afgelopen jaar gevormd werden.

Tien daarvan zijn Belgische.

Vele tonnen nuttige dingen hebben de dumpster diversal van het stort gered. De onophoudelijke groei van de vuilnisbelten bracht Deron Beal, een Amerikaanse ecologist, in 2003 op het idee om via het internet een nieuwe beweging te lanceren.

?Ik woon in de Sonora-woestijn in Arizona, een van de mooiste woestijnen ter wereld?, legt Beal uit. ?Midden in die prachtige natuur is er een enorme, lelijke vuilnisbelt die voor de helft gevuld is met dingen die nog perfect bruikbaar zijn.?

Beals idee was simpel. Mensen die dingen hebben die ze niet meer nodig hebben hoewel ze in goede staat zijn, geven ze via het internet weg. Freecycle.org groeide ra zendsnel. Vandaag heeft het netwerk 2.858 afdelingen, die samen 1,4 miljoen leden tellen.

In vrijwel elke Amerikaanse stad is er een freecycle communityen ook in de rest van de wereld breidt de beweging zich snel uit. In België zijn er twee afdelingen, in Leuven en Mechelen. Heb je een sofa ter beschikking, dan stuur je een e-mail naar freecycle.

Zijn er verschillende leden die je sofa willen, dan kies je zelf wie hem krijgt. Je mag ook dingen vragen.

?Elke dag worden via Freecycle.org meer dan honderdduizend voorwerpen weggegeven?, zegt Beal trots. De mens, zo is volgens hem bewezen, wordt niet louter door egoïsme gedreven, zoals vaak wordt beweerd.

?Freecycle werkt door dat moment waarop je iemand blij ziet wegrijden met iets dat je hem of haar gegeven hebt. Dat geeft zo?n bevrediging dat de mensen blijven geven.?

Zoals veel snelgroeiende organisaties bleef Freecycle niet gespaard van interne strubbelingen. Nieuwe netwerken werden gevormd door freecyclers die vonden dat Beal de boel verraden had doordat hij freecycle.

org liet sponsoren door het bedrijf Waste Management, de grootste uitbater van vuilnisbelten in de VS. Beal geeft toe dat het bedrijf Freecycle sponsort om zijn kwalijk imago te verbeteren, maar stelt dat hij het geld nodig heeft om de beweging verder te kunnen runnen.

Op een zwoele zomerzondag lopen we de Bedford Avenue in, de hoofdstraat van Williamsburg in Brooklyn. Het is de laatste jaren een van de populairste hippe buurten in New York geworden. Het stikt er van de nieuwe boetiekjes en galeries. De cafés en restaurants zitten stampvol met vooral blanke jongelui. Hoe meer je zuidwaarts wandelt, hoe minder welvarend en hoe meer latino de buurt wordt. Je krijgt een idee hoe heel Williamsburg was voor de buurt modieus werd. Als we nog verder zuidwaarts zouden gaan, zouden we in een joodse enclave terechtkomen. Een buurt waar uitsluitend chassidim wonen en waar de tijd lijkt stil te staan.

Maar we slaan Grant Street in en wandelen heuvelafwaarts. Halverwege de straat is er dat stofferige winkeltje. Free Store staat er in moeilijk leesbare letters op de ruit. We lopen binnen. Er is niemand. Er staat een tafel met bergen kleren, schoenen, speelgoed en boeken. Verder een grote kartonnen doos vol audiocassettes, wat platen, cd?s, een matras, spullen voor in de keukengerief.

Achter in de winkel is er een toilet. Zonder deur maar met een houten plank die je desgewenst in het deurgat kunt plaatsen.

Boven de wc hangt een briefje: ?Laat het koud water twee minuten lopen alvorens door te trekken.? Zei Jessica niet dat ze loodgieter was?

Het boekenaanbod is rijk gevarieerd. Er zitten zelfs Nederlandse tussen, zoals Evelien 3van Martin Bril en Coetzees Portret van een jongeman. Een man met een grijswit baardje komt binnen. Hij legt enkele boeken in een rek. Gordon, zoals hij heet, komt hier elke zondag langs. ?Ik bak meestal driehonderd havermoutkoekjes en breng die naar hier. Vandaag niet, want ik ben pas verhuisd en heb nog geen oven.?

Waarom, vragen we, geeft hij die koekjes niet aan daklozen? ?Dat zou liefdadigheid zijn?, antwoordt Gordon. ?En daar heb ik niets tegen maar dat verandert niets. Deze winkel is geen liefdadigheid want er zijn geen restricties. Hij is niet enkel voor de armen.

Je mag zoveel meenemen als je wilt.

Er zouden overal zulke winkels moeten komen.

Geven en nemen moet iets voor iedereen worden, in plaats van kopen en verkopen, anders maken we onszelf kapot.?

Twee vrouwen zijn binnen gekomen.

?Wat is het vuil?, merkt een van hen op. Ze namen elk een bezem en gaan aan de slag.

Heidi en Millie Mercado zijn Puerto Ricaanse zussen die aan de overkant van de straat wonen. ? We love the store?, grijnst Millie. Ze zijn meer nemers dan gevers maar steken af en toe een handje toe.

Geven en nemen

Jessica arriveert met zoontje Orin, die prompt de tuinslang neemt en zichzelf en heel het voetbad onderspuit. ?Sorry dat ik laat ben?, zegt Jessica. ?Ik woon nu in Queens en dat is een eindje. Ik kom hier niet zo vaak meer.? Mooi, maar wie doet dan ?s avonds het licht uit? ?We laten de winkel 24 uur per dag open. Het is een experiment en voorlopig gaat het goed. Daarvoor zorgden de mensen die in de kamers achter de winkel wonen ervoor dat hij van twee tot negen open was. Het zijn anarchisten, ze vinden de winkel een tof project.

Ze wilden er zelfs een benefietfuif voor organiseren maar daar was ik tegen: ik wil niet dat de mensen het idee krijgen dat het geld kost om de winkel te runnen. Hij moet geldloos blijven.?

De huur, legt Jessica uit, wordt nipt ge dekt door het onderverhuren van kamers en kelders. En ja, zucht ze, er is een ?probleem van achterstallige betalingen, maar ik klaag niet?.

?Wat ik het leukst vind is dat mensen uit de buurt niet alleen nemen of geven maar spontaan helpen, zodat de winkel mij eigenlijk niet meer nodig heeft. Er is een vrouwengroep die de winkel gebruikt als vergaderlokaal en af en toe komen er mensen muziek spelen. Dat vind ik mooi. Ik zie de winkel als een park, open voor iedereen.?

Twee keer zag ze zich genoodzaakt de winkel voor enkele weken te sluiten. ?De eerste keer in 2002. Er stond een kan met ijskoffie waarvan iedereen zich gratis mocht bedienen. Een tiener piste erin en ik dronk ervan. Ik was zo teleurgesteld dat ik de winkel sloot. Voorgoed, dacht ik. Maar buurtbewoners hebben me overtuigd om hem te heropenen. De moeder is zich nog komen verontschuldigen. Ze had hem zwaar gestraft, zei ze, hij zou het nooit meer doen.?

Vorige zomer sloot ze de winkel een tweede keer, nadat ze tijdens het schoonmaken buisjes vond die gebruikt worden door crackrokers. ?Dat was het laatste wat ik wou. Ik heb toen een brief aan de buurtbewoners in de ruit gehangen waarin ik het uitlegde en vroeg of ze winkel open of dicht wilden. Zoveel mensen kwamen zeggen dat de winkel moest blijven dat ik hem na een afkoelingsperiode heropend heb.?

Verschillende klanten komen de winkel binnen. Een jongen is in de wolken met een paar schoenen om te snowboarden, een andere vertrekt met een collectie felgekleurde kleren. ?Voor een video die we aan het maken zijn?, legt hij uit. ?Ik breng ze daarna terug.? Twee meisjes amuseren zich kostelijk met het passen van rare kleren. Een keurig geklede jongeman komt met een handkarretje vol boeken en platen aanzetten.

?Ik breng regelmatig wat?, vertelt hij.

?Dingen van mij en dingen die ik vind.? Iets nemen heeft hij nog niet gedaan. ?Mijn kleine flat staat al behoorlijk vol.?

Zijn er dan geen mensen die gulzig zijn en te veel nemen, willen we weten. ?Natuurlijk?, zegt Jessica. ?Je zou het moeten zien als er een auto voor de deur stopt om een lading te lossen. Sommige buren komen als duiven afgestoven om er de beste dingen uit te pikken. Verder was er een junkie die dingen nam om ze op straat te verkopen.

Maar dat is allemaal niet erg. Als er geen mensen zouden zijn die overdrijven, zouden we al snel plaats te kort hebben.

Een keer bracht iemand vijf fitnessmachines, met alles erop en eraan. De winkel leek wel een gym. Toen was er geen plaats meer, maar gelukkig werden de machines snel meegenomen. Zo gaat het altijd. Er wordt ongeveer evenveel gegeven als genomen.

Het is een spontaan evenwicht.?

vrijdag, augustus 12, 2005

Bankhacker geeft zichzelf aan

BRUSSEL - Bankhacker Pieter M. heeft zich deze voormiddag aangegeven bij de Gentse politie. De man had eerder in een kranteninterview gezegd dat hij via on-linebankieren verschillende klanten van de banken ING en Keytrade had beroofd.

Het Gentse parket is voorlopig maar op de hoogte van twee klachten tegen de man, telkens van ex-vennoten. M. zou namelijk twee medevennoten in verschillende bedrijfjes geld afhandig hebben gemaakt. In het ene bedrijf ging hij er vandoor met het geld van de rekening, en in het tweede beloofde hij zijn medevennoot diens geld te investeren aan zeer hoge winsten. De man gaf M. 50.000 euro, maar die verdween met het geld.

De twee ex-vennoten dienden eind juni een klacht in tegen M. De man, die zichzelf nu heeft aangegeven bij de Gentse politie, zal over die twee dossiers ondervraagd worden, net als over de feiten van computercriminaliteit waarover hij in de krant Het Laatste Nieuws spreekt. Over die feiten kan het Gentse parket voorlopig nog geen uitleg geven, omdat het over onvoldoende informatie beschikt.

Plunderen met de deur open

,,Het leeghalen van bankrekeningen via het systeem van thuisbankieren is even simpel als het plunderen van een winkel waarvan de deuren wagenwijd open staan'', getuigde de hacker. Met zijn computer kraakte hij de codes van klanten van de banken ING en Key Trade, waarna hij duizenden euro?s overschreef op zijn eigen rekening. ,,De beveiliging bij de banken trekt op niets, ook al beweren ze het tegendeel'', aldus M.

De woordvoerster van ING in Brussel, Louise Van Heel, beklemtoont in de krant dat de ING-systemen wél veilig zijn. Over het verhaal van M. kon de bank zich niet uitspreken. ,,Dat moeten we nog bestuderen'', luidde het.

Key Trade heeft geen weet van klachten

Keytrade Bank heeft nog nooit klachten gekregen van klanten die via het systeem voor internetbankieren van de bank opgelicht zouden zijn. Dat meldt het bedrijf in een communiqué.

,,Keytrade Bank exploiteert sinds meer dan zeven jaar een gespecialiseerd on line beurs- en bankplatform, en telt meer dan 50.000 klanten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de meest geavanceerde beveiligingstechnieken, die een optimale garantie bieden voor een veilig betalings- en beursverkeer. Sinds haar oprichting heeft Keytrade Bank geen beveiligingsproblemen gekend'', luidt het in de mededeling.

In het bewuste artikel vertelt Pieter Miclotte dat hij grote sommen gestolen zou hebben van klanten van Keytrade. ,,Keytrade Bank wenst te benadrukken dat zij nooit enige klacht heeft ontvangen van klanten in verband met de beweerde feiten. Wat Keytrade Bank betreft, zijn de aantijgingen van de heer Miclotte dan ook volledig ongegrond'', aldus de bank.

Keytrade Bank wijst er wel op dat ook gebruikers van het on-linesysteem de veiligheid in acht moeten nemen. Computers moeten uitgerust worden met een firewall en met anti-virussoftware. Ook moeten gebruikers zorg dragen voor hun paswoorden.

Bierprijzen hoger

De brouwerijen Interbrew (met de merken Stella Artois, Jupiler en Belle-Vue) en Alken-Maes verhogen hun prijzen. De brouwers wijten de prijsstijging aan de inflatie en hoge energie- en loonkosten.

Vanaf 15 september verhoogt Interbrew de prijzen van vaten en kratten bier met gemiddeld 3 procent. Alken-Maes voert vanaf 1 september prijsstijgingen van 3 tot 3,6 procent door.

De voorzitter van Horeca Vlaanderen, Jan De Haes, verwacht dat de meeste café-uitbaters 5 cent meer zullen vragen voor een pilsje.

Studiepremie voor knelpuntberoepen afgeschaft

Twee jaar geleden kwam het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden (ANPCB) met het idee op de proppen om studenten die kozen voor een opleiding die leidde naar een knelpuntberoep te belonen door middel van premies. Nu blijkt dat systeem een te dure aangelegenheid en stapt het ANPCB ervan af. Studenten die al bezig zijn met een knelpuntstudie zullen het geld nog op hun rekening gestort krijgen.

Het systeem was simpel: wie een studie volgde die uitzicht gaf op een bediendenjob in een knelpuntsector, zoals fiscaliteit of boekhouden, kreeg 200 euro uitbetaald als hij slaagde voor het eerste jaar. Na afronding van de studie werd er nog eens 200 euro betaald en wie effectief aan de slag ging in de sector kreeg 750 euro. In totaal werden er meer dan tienduizend premies uitbetaald. ?De premie was in de eerste plaats bedoeld om de aandacht te trekken op het probleem?, aldus een medewerker van het ANPCB. ?Maar uiteindelijk kun je dat niet volhouden. Het werd gewoon te duur. We zijn momenteel aan het nadenken over welke nieuwe acties we kunnen ondernemen.?

Of de premies effect hadden, kan volgens het ANPCB niet beoordeeld worden. ?Daarvoor is het systeem niet lang genoeg in voege geweest?, zo klinkt het.

Gisteren nog trok ook de Vlaamse bouwsector, een andere knelpuntsector, opnieuw aan de alarmbel. Inmiddels zijn er al ongeveer 6.500 openstaande vacatures in de bouw.

Vooral metselaars zijn gewild: op dit ogenblik zoeken aannemers er ongeveer tweeduizend. Verder zijn er ook jobs voor 1.600 schrijnwerkers en 1.100 wegenwerkers. Die beroepscategorieën vallen niet onder het afgeschafte premiestelsel omdat het niet om bedienden gaat. Voor werkzoekenden die via de VDAB een omscholingscurus volgen met als doel aan de slag te gaan in bijvoorbeeld de bouwsector blijven er trouwens gewoon aanmoedigingspremies bestaan. Die werden vorige zomer in het leven geroepen. Wie een cursus van minimum 400 uur volgt, kan rekenen op een extraatje van 250 euro. Duurt de cursus minder lang dan wacht er toch nog een bonus van 150 euro. Of dat geld jongeren naar de bouw kan lokken, blijft echter zeer de vraag. Een rondvraag eerder dit jaar bij een vijfhonderdtal Limburgse jongeren die een technische opleiding volgden, wees uit dat 70 procent nooit in de bouwsector zou willen werken: te zwaar, te veel werken in slechte weersomstandigheden en te vlug last van medische problemen, zo oordeelden de tieners.

Accijns op diesel verlaagt

De accijns op diesel verlaagt met 2,10 euro per 1.000 liter of 0,0021 euro per liter. De verlaging werd gisteren door de federale regering goedgekeurd en verschijnt vandaag in het Staatsblad. Vanaf zaterdag is de lagere accijns voelbaar aan de pomp.

Eind vorig jaar besliste de federale regering een omgekeerd cliquetsysteem in te voeren waarbij de accijnzen op diesel en benzine worden verlaagd als de grens van respectievelijk 1,10 euro/liter en 1,50 euro/liter werd overschreden. De regering wilde zo de stijging van de brandstofprijzen afremmen.

In juli ging de dieselprijs al eens over de 1,10 euro-grens en werd het cliquetsysteem toegepast. Woensdag klom de prijs voor een liter diesel opnieuw boven de 1,10 euro, maar werden de accijnzen niet meteen verlaagd. Daarop ontstond een discussie over de noodzaak van een Koninklijk Besluit (KB) om de toepassing van het cliquet te bekrachtigen.

Woensdag liet Verhofstadt nog verstaan dat er een KB nodig was en dat de omgekeerde cliquet op de agenda van de ministerraad van 2 september zou komen. Minister van Financiën Reynders van zijn kant liet dan weer uitschijnen dat het systeem dit jaar niet meer zou worden toegepast. CD&V-kamerlid Carl Devlies suggereerde ondertussen dat de regering geen KB nodig had om de accijns te verlagen en dat een officieel bericht in het Staatsblad volstond.

Gisterenavond bereikte de regering dan een akkoord voor een nieuwe toepassing van de omgekeerde cliquet. 'Deze gaat vrijdag in via een bericht in het Belgisch Staatsblad en zal op 2 september door de ministerraad bij Koninklijk Besluit bestendigd worden', luidt het in een persbericht van de premier.

donderdag, augustus 11, 2005

Financieel vermogen gezinnen evenaart record uit 2000

De Belgische beleggers hebben eindelijk de beursmalaise van de periode 2000-2003 verteerd. De financiële activa van de gezinnen stegen in het eerste kwartaal met 18,1 miljard tot 747 miljard euro dankzij de sterke stijging van de aandelenkoersen. Sindsdien steeg het financiële vermogen ongetwijfeld tot 749,3 miljard euro, het recordpeil van september 2000, schrijft De Tijd.

De financiële rekeningen van de Nationale Bank tonen aan dat de evolutie van het financiële vermogen sterk wordt bepaald door het beursklimaat. Particulieren zagen de waarde van hun portefeuille beursgenoteerde aandelen met 6,5 miljard euro stijgen. Die toename weerspiegelt vooral hogere beurskoersen en in mindere mate nettoaankopen van aandelen. De beleggingsfondsen en de verzekeringsproducten groeiden elk met ruim 5 miljard euro. Ook die stijging is gedeeltelijk te danken aan hogere aandelenkoersen.

Een terugblik op de jongste vijf jaar brengt de enorme koersschommelingen van de beursgenoteerde aandelen in herinnering. De waarde van het aandelenvermogen zakte van 80 miljard euro begin 2000 tot amper 24 miljard begin 2003, het begin van de Irakoorlog. Sindsdien groeide de portefeuille beursgenoteerde aandelen weer tot 66 miljard.

Dominantie Electrabel

De regering wil na de vakantie werk maken van maatregelen voor een verdere liberalisering van de Belgische elektriciteitsmarkt teneinde de dominantie van Electrabel aan te pakken.

'Door de overname van Electrabel door Suez ontstaat een nog dominantere speler en dreigt het moeilijk te worden concurrentiële prijzen te bereiken', zegt vice-premier Johan Vande Lanotte (sp.a), die zich zorgen maakt over het feit dat een Europese groep het monopolie verwerft op de Belgische elektriciteitsmarkt. Het doorverkopen van de productiecapaciteit van Electrabel via een veiling is daarbij één van de opties, evenals het toekennen van overheidsopdrachten aan minder dominante spelers.

Verder ligt een voorstel klaar dat bepaalt dat Electrabel niet meer mag investeren in nieuwe centrales zolang het meer dan 37 % van de elektriciteitsproductie in ons land controleert.

Belg leent veel

De Belgische gezinnen steken zich forser dan tevoren in de schulden. De uitstaande leningen van alle Belgische particulieren namen in het eerste kwartaal van dit jaar toe met bijna 5 miljard euro. Dat is de sterkste kwartaalstijging ooit, zo blijkt uit cijfers van de Nationale Bank. Wij hebben daardoor met zijn allen, de nieuwe en oude kredieten opgeteld, voor zo?n 128,5 miljard euro schulden uitstaan bij de banken. Dat komt grosso modo neer op 12.500 euro per Belg, ook al een record.

De uitstaande financiële verplichtingen van de gezinnen namen in het eerste kwartaal toe met welgeteld 4,97 miljard euro. De stijging is vooral toe te schrijven aan de hypothecaire kredieten (+1,89 miljard) en de consumentenkredieten zoals autoleningen (+1,22 miljard). Ook de leningen voor ten hoogste één jaar winnen aan populariteit. Zij zwollen aan met 372 miljoen euro, de grootste kwartaalstijging sinds midden 2003. ?Het gaat vooral om leningen die grote winkelketens toekennen bij grote aankopen?, verduidelijkt de dienst Statistiek van de Nationale Bank. ?Carrefour geeft je bij de aankoop van bijvoorbeeld een elektrotoestel de ruimte om in drie schijven je betalingen te doen.?

Het totale uitstaande bedrag voor de woonkredieten klokt af op 89,4 miljard euro, of zowat dubbel zoveel als tien jaar geleden. De woonkredieten zitten al drie jaar onafgebroken in de lift. De reden van het succes is welbekend: de rente dobbert op een historisch laag peil. Met wat onderhandelen met je kredietverlener kun je een rentevoet onder de 3 procent bekomen.

Het einde van de woonkrediethausse is niet in zicht. ?Wij merken nog geen vertraging?, zegt Alain Sénécal van de Beroepsvereniging van het Krediet.

Toch zullen heel wat Belgen het in de komende weken eventjes moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat is te voorspellen op basis van de zichtrekeningen die onder nul gaan. ?Er is een jaarlijks terugkerende cyclus vast te stellen in de bedragen waarvoor de zichtrekeningen in het rood staan. Die weerspiegelen het uitgavenpatroon van de gezinnen?, zegt Dexia-woordvoerder Thierry Martiny. ?Vanaf de zomer tot november gaan de rekeningsaldo?s duidelijk dieper onder nul.

Dat heeft te maken met het ?terug naar school?-fenomeen.? Bij Dexia staan er permanent tussen de 200.000 en 250.000 zichtrekeningen in het rood, voor een gemiddeld bedrag van 475 euro.

woensdag, augustus 10, 2005

Meldpunt voor klachten over energiefactuur

Steeds meer consumenten hebben klachten over fouten bij de berekening van hun elektriciteits- en gasverbruik. De Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Energiemarkt, de VREG, heeft dit jaar al 50 procent meer klachten ontvangen. Om de klachten beter op te volgen, start minister van Energie, Marc Verwilghen (VLD) midden september een meldpunt.

Ontevreden klanten van elektriciteits- of gasmaatschappijen kunnen met hun klachten momenteel alleen terecht bij hun energieleverancier of bij de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt.

'Klachtenbehandeling is eigenlijk niet onze opdracht. Wij verlenen vergunningen aan de energiebedrijven, maar wij willen de gebruikers toch niet in de kou laten staan', zegt André Pictoel, voorzitter van de VREG.

'Vorig jaar ontvingen wij 400 klachten, nu hebben we er al 560. Meer dan de helft van de klachten gaat over facturatieproblemen. Op een totaal van drie miljoen elektriciteitsverbruikers en 1,5 miljoen gasverbruikers blijft het aantal klachten beperkt. Toch nemen wij elke klacht ernstig.'

Ombudsdienst

Om de klachten op te vangen, lanceert Verwilghen op 15 september een informatiedienst. De federale informatiedienst voor gas en elektriciteit zal vragen van 'eindafnemers' in verband met de liberalisering van de markt beantwoorden, bijvoorbeeld over de tarieven, over een overstap naar een andere leverancier of over de factuur. Zo nodig zal de dienst de verbruikers doorverwijzen.

Begin 2006 volgt de installatie van een federale ombudsdienst. Die zal klachten behandelen van klanten die al tevergeefs stappen hebben gezet bij de betrokken energiemaatschappij. Voor de oprichting van een dienst die geschillen tussen eindafnemers en producenten, distributeurs, leveranciers of tussenpersonen zal behandelen, moet de elektriciteitswet echter aangepast worden, wat tijd vergt. De ombudsdienst moet op 1 januari in werking treden.

Maaltijdcheques

Maaltijdcheques zijn een leuk toemaatje waarmee je kan betalen in voedingszaken, restaurants en supermarkten. Het aantrekkelijke ervan zit in het feit dat ze niet onderworpen zijn aan de sociale-zekerheidsbijdragen en evenmin belastbaar zijn in hoofde van de werknemer. De fiscus legt wel enkele spelregels op.

Niet iedere werknemer kan genieten van een lekkere lunch in een bedrijfsrestaurant, omdat veel ondernemingen daar gewoonweg de middelen niet voor hebben. Die vaststelling gaf aanleiding tot het ontstaan van maaltijdcheques. Het gaat om cheques die een werkgever kan kopen bij een gespecialiseerde firma. Maaltijdcheques mogen dan wel veel weghebben van hun bancaire broertjes, ze zijn alleen geldig in voedingszaken, restaurants en supermarkten. Voor alle duidelijkheid: maaltijdcheques maken geen deel uit van het loon. Wat meer is: werknemers moeten zélf een bijdrage betalen die van het netto-loon wordt afgehouden. Dat klinkt interessant, want maaltijdcheques zijn niet onderworpen aan de sociale-zekerheidsbijdragen en evenmin belastbaar in hoofde van de werknemer. Tenminste, als aan alle voorwaarden voldaan is...

Voor elke gewerkte dag één maaltijdcheque

Eén van die eisen is dat de toekenning van maaltijdcheques vermeld moet zijn in een CAO. Als er geen collectieve arbeidsovereenkomst bestaat, dan is een individuele, schriftelijke overeenkomst voldoende. Maaltijdcheques moeten bovendien verdeeld worden aan alle medewerkers die tot dezelfde personeelscategorie behoren. Niemand mag uitgesloten worden. De werkgever mag zélf categorieën bepalen, maar hij moet dat wel doen op basis van objectieve criteria. We herhalen nog even dat een maaltijdcheque geen loon mag vervangen. Het systeem mag dus niet gebruikt worden om bonussen of premies mee te betalen. Verder moet het aantal maaltijdcheques overeenkomen met het werkelijk aantal gepresteerde dagen. Ook part-timers krijgen maaltijdcheques, zelfs voor dagen waarop ze slechts enkele uren werken. Verlof-en ziektedagen daarentegen geven geen recht op maaltijdcheques.

Zowel werknemer als werkgever betalen bijdrage

De werknemer moet ook iedere maand de maaltijdcheques ontvangen waar hij recht op heeft. De werkgever heeft drie maanden de tijd om, als dat nodig is, één en ander te regulariseren. De maaltijdcheque moet op naam staan en is hoogstens drie maanden geldig. Binnen die periode moet de werknemer zijn cheque dus verzilveren in een voedingszaak, restaurant of supermarkt. De wetgever spreekt letterlijk over de aankoop van een maaltijd en/of verbruiksklare voeding. Zoals eerder gezegd betalen werknemer en werkgever elk een stukje van de maaltijdcheque. Het aandeel van de werknemer moet minstens ? 1,09 bedragen, voor de werkgever gaat het om een maximale bijdrage van ? 4,91.

Voordeel van alle aard wordt belast

De toekenning van maaltijdcheques is dus aan duidelijke voorwaarden onderworpen. Wie zich niet aan die regels houdt, mag de maaltijdcheques niet langer als een sociaal voordeel beschouwen. In dat geval worden de cheques behandeld als een voordeel van alle aard. De werknemer moet belasting betalen op het verschil tussen de waarde van de cheque en zijn eigen bijdrage.

Cumul maaltijdcheques en bedrijfsrestaurant

Mogen ondernemingen met een bedrijfsrestaurant ook maaltijdcheques geven? Het antwoord luidt enigszins verrassend: ja! Nadeel is dat de maaltijdcheque behandeld wordt als een voordeel van alle aard. Met andere woorden: de werknemer moet belasting betalen. Toch heeft de wetgever drie uitzonderingen voorzien, die het gebruik van maaltijdcheques fiscaal onbelast laten.

  • De werknemer maakt geen gebruik van het bedrijfsrestaurant.
  • Het bedrijf rekent voor de maaltijden een bedrag aan dat hoger ligt dan de kostprijs.
  • Het bedrijf rekent voor de maaltijden een bedrag aan dat lager is dan de kostprijs, maar de werknemers gebruiken hun volledige maaltijdcheque om de rekening te betalen.

Dirk Blijweert

(met dank aan het Juridisch Kenniscentrum van SD Worx)

Jobstudenten vijf keer goedkoper

Stel dat een jobstudent 1.000 euro bruto per maand verdient.

Als hij het werk in de zomermaanden juni, juli of augustus verricht gedurende maximaal 23 dagen, moet de werkgever 5 procent of 50 euro van de bruto loonsom als sociale bijdrage betalen.

Zelf moet de werknemer een solidariteitsbijdrage van 2,5 procent of 25 euro aan de RSZ afdragen. Voor een gewone werknemer die eveneens 1.000 euro bruto verdient, moet de werkgever 24 procent of 240 euro betalen. Zelf moet de werknemer 130 euro afstaan. Een jobstudent is voor de werkgever op die manier algauw vijf keer goedkoper dan een gewone werknemer.

Buiten de zomermaanden geldt sinds kort een nieuwe regel die bepaalt dat jobstudenten 23 dagen per jaar tegen een tarief van 4 procent mogen werken.

De werkgever betaalt slechts 8 procent van de bruto loonsom als sociale bijdrage.

Maar dan nog is een jobstudent drie keer goedkoper dan een gewone werkkracht.

Gratis parkeren bij treinstations

De NMBS start op 16 augustus in twaalf stations het proefproject Gratis parking voor woon-werkverkeer.

Wie beschikt over een trein- of vrijkaart, kan in de twaalf stations een gratis parkeerplaats bekomen. Het initiatief kadert in het ABC-plan van de vervoersmaatschappij om de stations toegankelijker te maken.

Twaalf stations, zes Vlaamse en zes Waalse, werden geselecteerd als ‘laboratorium’.

Het gaat om Aalst, Genk, Gent- Dampoort, Leopoldsburg, Oostende, Tienen, Aarlen, Andenne, Eigenbrakel, Hoei, Jemelle en Saint-Ghislain. Eind dit jaar volgt een evaluatie. Blijkt het project een succes, dan wordt het uitgebreid naar de vijftig drukste stations.

Wie beschikt over een geldige treinkaart of een vrijkaart kan nu al aan het loket een gratis parkeerkaart aanvragen.

Dat geldt evenwel niet voor de Campus- , Railf lex- en schooltreinkaart. De parkeerkaart is geldig tot de vervaldag van de trein- of vrijkaart.

Occasionele klanten betalen 3,30 euro per dag of 5,40 euro per week. Op elk van de twaalf parkings worden betaalautomaten geplaatst waar ze, na aankoop van het vervoerbewijs aan het loket, hun parkeerbiljet kunnen kopen. Voor niet-treinreizigers geldt een tarief van 13,6 euro per dag.

Bromfietsers kunnen voortaan gratis hun tweewieler stallen. Dat geldt niet enkel voor de twaalf stations, maar ook voor elk ander treinstation. Uitzonderingen zijn de automatisch beveiligde fietsenstallingen die door een privé-bedrijf worden uitgebaat. Daar moet nog worden betaald.

Het proefproject rond de gratis parkings kadert in het bredere ABC-project (Algemeen Bereikbaarheidscomfort) om de stations beter toegankelijk te maken.

Dat past op zijn beurt in de regeringsplannen om de mobiliteit in ons land te verbeteren.