FENOMEEN ? DE GRATISWINKEL
In Brooklyn, New York, heeft een eerste Amerikaanse variant van de kringloopwinkel de deuren geopend Stelen kun je er niet, want alles is gratis. ?Geven en nemen moet iets voor iedereen worden, in plaats van kopen en verkopen, anders maken we onszelf kapot.?
Ze is kunstenares en komt aan de kost als loodgieter. Maar, zei Jessica Baldwin, toen we haar de eerste keer ontmoetten: ?Daarnaast baat ik ook een winkel uit.
Iedereen mag er meenemen wat hij wil, zonder te betalen. En iedereen mag achterlaten wat hij wil, op voorwaarde dat het in goede staat is.?
Ze zag haar winkeltje als een kunstwerk, een permanent veranderende installatie.
En ook als een sociologisch experiment.
Aanvankelijk wou Jessica de winkel drie maanden openhouden. Dat is inmiddels al meer dan drie jaar geworden.
De grote gratisbusiness
Wereldwijd overleven meer dan twee miljard mensen met minder dan twee dollar per dag. In steden als Calcutta of Kinshasa zou een winkel als die van Jessica wellicht weinig toekomst hebben. Andere delen van de wereld verdrinken in de consumptiewaren.
Je hoeft maar naar de vuilnisbakken te kijken. In New York hebben mensen wel geld, maar ze zijn klein behuisd en gooien veel weg. Soms zie je goederen in ongeschonden verpakking in vuilnisbakken liggen.
Vorig jaar verscheen het boek Mongo: Adventures in Trashvan ene Ted Botha, met tips voor New Yorkers die op schattenjacht gaan in Manhattans ?dumpsters?, zoals de open containers voor huisvuil genoemd worden. Het is aanstekelijk. Een groeiend aantal stadsbewoners maakt er een hobby van. Ze vormen groepen om samen op strooptocht te trekken. Op de website dumpsterdiving.meetup.com vind je een lijst van 171 groepen, waarvan bijna een derde het afgelopen jaar gevormd werden.
Tien daarvan zijn Belgische.
Vele tonnen nuttige dingen hebben de dumpster diversal van het stort gered. De onophoudelijke groei van de vuilnisbelten bracht Deron Beal, een Amerikaanse ecologist, in 2003 op het idee om via het internet een nieuwe beweging te lanceren.
?Ik woon in de Sonora-woestijn in Arizona, een van de mooiste woestijnen ter wereld?, legt Beal uit. ?Midden in die prachtige natuur is er een enorme, lelijke vuilnisbelt die voor de helft gevuld is met dingen die nog perfect bruikbaar zijn.?
Beals idee was simpel. Mensen die dingen hebben die ze niet meer nodig hebben hoewel ze in goede staat zijn, geven ze via het internet weg. Freecycle.org groeide ra zendsnel. Vandaag heeft het netwerk 2.858 afdelingen, die samen 1,4 miljoen leden tellen.
In vrijwel elke Amerikaanse stad is er een freecycle communityen ook in de rest van de wereld breidt de beweging zich snel uit. In België zijn er twee afdelingen, in Leuven en Mechelen. Heb je een sofa ter beschikking, dan stuur je een e-mail naar freecycle.
Zijn er verschillende leden die je sofa willen, dan kies je zelf wie hem krijgt. Je mag ook dingen vragen.
?Elke dag worden via Freecycle.org meer dan honderdduizend voorwerpen weggegeven?, zegt Beal trots. De mens, zo is volgens hem bewezen, wordt niet louter door egoïsme gedreven, zoals vaak wordt beweerd.
?Freecycle werkt door dat moment waarop je iemand blij ziet wegrijden met iets dat je hem of haar gegeven hebt. Dat geeft zo?n bevrediging dat de mensen blijven geven.?
Zoals veel snelgroeiende organisaties bleef Freecycle niet gespaard van interne strubbelingen. Nieuwe netwerken werden gevormd door freecyclers die vonden dat Beal de boel verraden had doordat hij freecycle.
org liet sponsoren door het bedrijf Waste Management, de grootste uitbater van vuilnisbelten in de VS. Beal geeft toe dat het bedrijf Freecycle sponsort om zijn kwalijk imago te verbeteren, maar stelt dat hij het geld nodig heeft om de beweging verder te kunnen runnen.
Op een zwoele zomerzondag lopen we de Bedford Avenue in, de hoofdstraat van Williamsburg in Brooklyn. Het is de laatste jaren een van de populairste hippe buurten in New York geworden. Het stikt er van de nieuwe boetiekjes en galeries. De cafés en restaurants zitten stampvol met vooral blanke jongelui. Hoe meer je zuidwaarts wandelt, hoe minder welvarend en hoe meer latino de buurt wordt. Je krijgt een idee hoe heel Williamsburg was voor de buurt modieus werd. Als we nog verder zuidwaarts zouden gaan, zouden we in een joodse enclave terechtkomen. Een buurt waar uitsluitend chassidim wonen en waar de tijd lijkt stil te staan.
Maar we slaan Grant Street in en wandelen heuvelafwaarts. Halverwege de straat is er dat stofferige winkeltje. Free Store staat er in moeilijk leesbare letters op de ruit. We lopen binnen. Er is niemand. Er staat een tafel met bergen kleren, schoenen, speelgoed en boeken. Verder een grote kartonnen doos vol audiocassettes, wat platen, cd?s, een matras, spullen voor in de keukengerief.
Achter in de winkel is er een toilet. Zonder deur maar met een houten plank die je desgewenst in het deurgat kunt plaatsen.
Boven de wc hangt een briefje: ?Laat het koud water twee minuten lopen alvorens door te trekken.? Zei Jessica niet dat ze loodgieter was?
Het boekenaanbod is rijk gevarieerd. Er zitten zelfs Nederlandse tussen, zoals Evelien 3van Martin Bril en Coetzees Portret van een jongeman. Een man met een grijswit baardje komt binnen. Hij legt enkele boeken in een rek. Gordon, zoals hij heet, komt hier elke zondag langs. ?Ik bak meestal driehonderd havermoutkoekjes en breng die naar hier. Vandaag niet, want ik ben pas verhuisd en heb nog geen oven.?
Waarom, vragen we, geeft hij die koekjes niet aan daklozen? ?Dat zou liefdadigheid zijn?, antwoordt Gordon. ?En daar heb ik niets tegen maar dat verandert niets. Deze winkel is geen liefdadigheid want er zijn geen restricties. Hij is niet enkel voor de armen.
Je mag zoveel meenemen als je wilt.
Er zouden overal zulke winkels moeten komen.
Geven en nemen moet iets voor iedereen worden, in plaats van kopen en verkopen, anders maken we onszelf kapot.?
Twee vrouwen zijn binnen gekomen.
?Wat is het vuil?, merkt een van hen op. Ze namen elk een bezem en gaan aan de slag.
Heidi en Millie Mercado zijn Puerto Ricaanse zussen die aan de overkant van de straat wonen. ? We love the store?, grijnst Millie. Ze zijn meer nemers dan gevers maar steken af en toe een handje toe.
Geven en nemen
Jessica arriveert met zoontje Orin, die prompt de tuinslang neemt en zichzelf en heel het voetbad onderspuit. ?Sorry dat ik laat ben?, zegt Jessica. ?Ik woon nu in Queens en dat is een eindje. Ik kom hier niet zo vaak meer.? Mooi, maar wie doet dan ?s avonds het licht uit? ?We laten de winkel 24 uur per dag open. Het is een experiment en voorlopig gaat het goed. Daarvoor zorgden de mensen die in de kamers achter de winkel wonen ervoor dat hij van twee tot negen open was. Het zijn anarchisten, ze vinden de winkel een tof project.
Ze wilden er zelfs een benefietfuif voor organiseren maar daar was ik tegen: ik wil niet dat de mensen het idee krijgen dat het geld kost om de winkel te runnen. Hij moet geldloos blijven.?
De huur, legt Jessica uit, wordt nipt ge dekt door het onderverhuren van kamers en kelders. En ja, zucht ze, er is een ?probleem van achterstallige betalingen, maar ik klaag niet?.
?Wat ik het leukst vind is dat mensen uit de buurt niet alleen nemen of geven maar spontaan helpen, zodat de winkel mij eigenlijk niet meer nodig heeft. Er is een vrouwengroep die de winkel gebruikt als vergaderlokaal en af en toe komen er mensen muziek spelen. Dat vind ik mooi. Ik zie de winkel als een park, open voor iedereen.?
Twee keer zag ze zich genoodzaakt de winkel voor enkele weken te sluiten. ?De eerste keer in 2002. Er stond een kan met ijskoffie waarvan iedereen zich gratis mocht bedienen. Een tiener piste erin en ik dronk ervan. Ik was zo teleurgesteld dat ik de winkel sloot. Voorgoed, dacht ik. Maar buurtbewoners hebben me overtuigd om hem te heropenen. De moeder is zich nog komen verontschuldigen. Ze had hem zwaar gestraft, zei ze, hij zou het nooit meer doen.?
Vorige zomer sloot ze de winkel een tweede keer, nadat ze tijdens het schoonmaken buisjes vond die gebruikt worden door crackrokers. ?Dat was het laatste wat ik wou. Ik heb toen een brief aan de buurtbewoners in de ruit gehangen waarin ik het uitlegde en vroeg of ze winkel open of dicht wilden. Zoveel mensen kwamen zeggen dat de winkel moest blijven dat ik hem na een afkoelingsperiode heropend heb.?
Verschillende klanten komen de winkel binnen. Een jongen is in de wolken met een paar schoenen om te snowboarden, een andere vertrekt met een collectie felgekleurde kleren. ?Voor een video die we aan het maken zijn?, legt hij uit. ?Ik breng ze daarna terug.? Twee meisjes amuseren zich kostelijk met het passen van rare kleren. Een keurig geklede jongeman komt met een handkarretje vol boeken en platen aanzetten.
?Ik breng regelmatig wat?, vertelt hij.
?Dingen van mij en dingen die ik vind.? Iets nemen heeft hij nog niet gedaan. ?Mijn kleine flat staat al behoorlijk vol.?
Zijn er dan geen mensen die gulzig zijn en te veel nemen, willen we weten. ?Natuurlijk?, zegt Jessica. ?Je zou het moeten zien als er een auto voor de deur stopt om een lading te lossen. Sommige buren komen als duiven afgestoven om er de beste dingen uit te pikken. Verder was er een junkie die dingen nam om ze op straat te verkopen.
Maar dat is allemaal niet erg. Als er geen mensen zouden zijn die overdrijven, zouden we al snel plaats te kort hebben.
Een keer bracht iemand vijf fitnessmachines, met alles erop en eraan. De winkel leek wel een gym. Toen was er geen plaats meer, maar gelukkig werden de machines snel meegenomen. Zo gaat het altijd. Er wordt ongeveer evenveel gegeven als genomen.
Het is een spontaan evenwicht.?